1 De aangifteplichtige is gehouden destructiemateriaal B en C te bewaren, ter beschikking te stellen en af te geven voor vervoer naar de destructor met inachtneming van de ter zake door de directeur gegeven aanwijzingen.
2 Destructiemateriaal, genoemd in artikel 2, eerste lid, sub b, c, d of f van de wet, alsmede dat genoemd in artikel 2, tweede lid van de wet, moet in afwachting van vervoer worden bewaard in daarvoor bestemde bakken, dan wel confiscaatemmers bestaande uit niet corroderend materiaal, tenzij de directeur ter zake van de bewaring een andere regeling met de aangifteplichtige treft.
3 De directeur kan ten aanzien van het bepaalde in dit artikel afwijkende regelen met betrekking tot destructiemateriaal B of C vaststellen, indien ter zake van de afgifte van dit materiaal een voorziening is getroffen, als bedoeld in artikel 20 van de wet.