Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3:

Artikel 5:

Over financiële tegemoetkomingen als maatwerkvoorziening

Onderdeel van Gemeente Rhenen - Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Rhenen 2019

Het College kan op aanvraag een financiële tegemoetkoming verstrekken aan personen met een beperking of chronische psychische of psychosociale problemen ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en participatie aansluitend op artikel 2.3.5 van de Wet en artikel 10 en artikel 12 van de Verordening. De tegemoetkoming (prijspeil 2019) bedraagt voor: Vervoer Als na onderzoek is aangetoond dat er een vervoersbehoefte is , deze niet kan ingevuld worden met collectief vervoer èn/of het gebruik van de eigen auto de goedkoopst compenserende voorziening is, dan kan het College besluiten een vergoeding toe te kennen voor het gebruik van de eigen auto. De hoogte van de vergoeding wordt gebaseerd op de vervoersbehoefte en is niet hoger dan de kosten die het College betaalt, indien gebruik gemaakt zou worden van collectief vervoer. Het maximaalbedrag dat verstrekt wordt, is € 2584 per jaar. Aanpassing eigen auto Als een cliënt zonder autoaanpassingen geen gebruik kan maken van zijn auto en het collectief vervoer niet voldoet, kunnen autoaanpassingen worden vergoed. Bij autoaanpassingen wordt beoordeeld of het specifiek voor mensen met een beperking bedoelde voorzieningen betreft die meer kosten dan gebruikelijke autoaanpassingen (dus geen stuurbekrachtiging of cruise controle). In de Wmo word uitgegaan van een levensduur van minimaal 10 jaar van de aanpassingen. Na deze termijn kunnen opnieuw aanpassingen worden verstrekt uiteraard rekening houdend met de persoonskenmerken van de aanvrager op dat moment. Bij verstrekking van autoaanpassingen, verlangt het College dat de aanvrager aantoont dat de aan te passen auto de investering nog waard is (dus naar verwachting nog minimaal 10 jaar mee kan). Het maximaalbedrag dat verstrekt wordt is: € 2584 per gebruiksjaar van de auto. Verhuis- en inrichtingskosten ls na onderzoek is gebleken dat een verhuizing naar een aangepaste woning noodzakelijk is, als een woning niet aanpasbaar is en/of minder kost dan de aanpassing van de bestaande woning, dan kan het College besluiten een vergoeding toe te kennen voor de kosten van de verhuizing. De maximale vergoeding voor verhuis- en inrichtingskosten is: € 2850. Dit bedrag is inclusief de kosten van de herinrichting van de woning. Verhuis- en inrichtingskosten voor een inwoner die zijn huis verlaat ten behoeve van iemand met beperkingen. Het College kan besluiten hiervoor een forfaitair bedrag beschikbaar te stellen die gelijk is aan de landelijk afgesproken vergoeding bij renovatie en sloop. In 2018 is dit maximaal € 5993. Voor tijdelijke huisvesting bij een noodzakelijke aanpassing van de huidige woonruimte van de belanghebbende of de door belanghebbende nog te betrekken woonruimte gedurende maximaal 6 maanden. De hoogte van de vergoeding bedraagt: De werkelijke kosten met een maximum van de huursubsidiegrens per maand in verband met het tijdelijk betrekken van een zelfstandige woonruimte; De werkelijke kosten met een maximum van € 350,00 per maand in verband met het betrekken van een niet-zelfstandige woonruimte. Voor woningsanering die noodzakelijk is in verband met een longaandoening, zoals cara en/of allergische aandoeningen. Een vergoeding is alleen mogelijk als de ziekte wordt geconstateerd nadat de woning is ingericht. De allergie moet medisch vastgesteld zijn. De maximum vergoeding voor woningsanering wordt bepaald door in de markt gehanteerde vuistregels voor levensduur van de verschillende elementen, zoals vloerbedekking en gordijnen. Het College hanteert daarbij de volgende systematiek: Tot 2 jaar oud: 100% van het normbedrag Tot 4 jaar oud: 75% van het normbedrag Tot 6 jaar oud: 50% van het normbedrag Tot 8 jaar oud: 25% van het normbedrag Ouder dan 8 jaar: geen vergoedingHet College sluit aan bij de normbedragen in de Nibudprijzengids. Voor het aanbrengen van een rolstoeltapijt is een eenmalige vergoeding mogelijk voor de ruimtes die toegankelijk moeten zijn voor de rolstoel. De maximum vergoeding voor het rolstoeltapijt wordt bepaald door in de markt gehanteerde vuistregels voor levensduur van tapijt. Het College hanteert daarbij de volgende systematiek: Tot 2 jaar oud: 100% van het normbedrag 4 jaar oud: 75% van het normbedrag Tot 6 jaar oud: 50% van het normbedrag Tot 8 jaar oud: 25% van het normbedrag Ouder dan 8 jaar: geen vergoedingHet College sluit aan bij de normbedragen voor vloerbedekking in de Nibudprijzengids met daarbij een opslag van 150% toeslag in verband met de hogere kosten van een rolstoeltapijt en de noodzaak van verlijmen. Voor het bezoekbaar maken van een (1) woning Indien de cliënt zijn hoofdverblijf heeft in een (WLZ-)instelling en regelmatig een bepaalde woning bezoekt, kan het College een tegemoetkoming verstrekken voor het bezoekbaar maken van die woning. Afhankelijk van wat er in dat geval nodig is, kent het College u maximaal een bedrag van € 2300 toe. Sportvoorzieningen Als sporten bijdraagt aan de maatschappelijke participatie van een inwoner, dan kan het College hiervoor een maatwerkvoorziening toekennen. De vergoeding wordt niet vaker dan eens per 3 jaar verstrekt voor een sportrolstoel of andere sporthulpmiddelen. De vergoeding bedraagt maximaal € 2500, voor een elektrische rolstoel kan, indien deze noodzakelijk is, de vergoeding verdubbeld worden tot maximaal € 5000. Dit bedrag is inclusief de instandhoudingskosten. Indien het bedrag van de sportvoorziening duurder is dan de bovengenoemde bedragen, dan kan dit worden toegekend als de voorziening evenredig langer gebruikt gaat worden. Uitbetaling van de financiële tegemoetkomingen vindt plaats op declaratiebasis. De in lid 5.2 genoemde bedragen kunnen bij besluit van het College worden aangepast. Het College draagt zorg voor de kenbaarheid van de laatstelijk in de plaats geldende bedragen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel