Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4:

Artikel 6:

Over de kwaliteitseisen die gelden voor gecontracteerde aanbieders

Onderdeel van Gemeente Rhenen - Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Rhenen 2019

1.. Het College heeft het Toezicht op de kwaliteit van gecontracteerde aanbieders gemandateerd aan de GGDrU, net als de meeste andere gemeenten in de provincie Utrecht. Daarmee hanteert het College ook de ondergrensnormen die hiervoor regionaal zijn afgestemd. 2.. Deze ondergrensnormen zijn voor: Cliëntgerichte ondersteuning Afstemming ondersteuning op cliëntniveau Een voorziening wordt in elk geval: doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht verstrekt (Wmo 2015 artikel 3.1, lid 2). De aanbieder heeft per cliënt een ondersteuningsplan en is afgestemd op de behoefte van, en met de cliënt en/of vertegenwoordiger waarbij rekening is gehouden met de relevante levensgebieden van de cliënt. De aanbieder voert het ondersteuningsplan uit en toetst en evalueert dit beleid periodiek in samenspraak met de cliënt en/of vertegenwoordiger (algemeen geldende norm). Afstemming ondersteuning in de keten en privacy Een voorziening wordt in elk geval: afgestemd op de reële behoefte van de cliënt en op andere vormen van zorg of hulp die de cliënt ontvangt en verstrekt met respect voor en inachtneming van de rechten van de cliënt (Wmo 2015, artikel 3.1, lid 2). Medezeggenschap Indien de aanbieder een voorziening levert als bedoeld in artikel 2.1.3, tweede lid, onderdelen d en e, treft de aanbieder: een regeling voor medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder die voor de gebruikers van belang zijn (Wmo 2015, artikel 3.2, lid 1b). Klachtenregeling Indien de aanbieder een voorziening levert als bedoeld in artikel 2.1.3, tweede lid, onderdelen d en e, treft de aanbieder: een regeling voor de afhandeling van klachten van cliënten ten aanzien van gedragingen van de aanbieder jegens een cliënt (Wmo 2015, artikel 3.2, lid 1a). Veilige voorziening en sociale veiligheid De professionals zijn op de hoogte van algemene en cliëntgebonden risico’s op het gebied van sociale - en fysieke veiligheid en nemen indien nodig in samenspraak met de cliënt of vertegenwoordiger de maatregelen om deze risico’s te minimaliseren (algemeen geldende norm). Beleid op veiligheid van personeel en cliënten ten aanzien van ongewenst gedrag (algemeen geldende norm). Een voorziening wordt in elk geval veilig verstrekt (Wmo 2015, artikel 3.1, lid 2).De aanbieder, niet zijnde een aanbieder die hulpmiddelen of woningaanpassingen levert, stelt een meldcode vast waarin stapsgewijs wordt aangegeven hoe met signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling wordt omgegaan en die er redelijkerwijs aan bijdraagt dat zo snel en adequaat mogelijk hulp kan worden geboden (Wmo 2015, artikel 3.3, lid 1). De aanbieder bevordert de kennis en het gebruik van de meldcode (Wmo 2015, artikel 3.3, lid 2). Verklaring Omtrent het Gedrag Betaalde beroepskrachten en vrijwilligers, die worden ingezet door de organisatie en werken met de cliënten, zijn in het bezit van een geldige VOG bij aanvang van de werkzaamheden (algemeen geldende norm). Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de situaties waarin een aanbieder, niet zijnde een aanbieder die hulpmiddelen of woningaanpassingen levert, in het bezit dient te zijn van een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens voor beroepskrachten en andere personen die beroepsmatig met zijn cliënten in contact kunnen komen, welke niet eerder is afgegeven dan drie maanden voor het tijdstip waarop betrokkene voor de aanbieder ging werken (Wmo 2015, artikel 3.5, lid 1). Bedrijfsvoering en organisatie Continue kwaliteitsverbetering De aanbieder werkt aan continue kwaliteitsverbetering (algemeen geldende norm). De aanbieder draagt er zorg voor dat de voorziening van goede kwaliteit is (Wmo 2015, artikel 3.1, lid 1). Professionele standaard Een voorziening wordt in elk geval verstrekt in overeenstemming met de op de beroepskracht rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de professionele standaard (Wmo 2015, artikel 3.1, lid 2c). 3.. Calamiteiten GGDrU is het meldpunt voor calamiteiten. Aanbieders melden Calamiteiten onverwijld, uiterlijk binnen 3 dagen, volgens het Protocol Calamiteiten bij de GGDrU. Het protocol is te vinden op https://www.ggdru.nl/fileadmin/Adviezen/Bestanden/Documenten/Protocol/Protocol_calamiteitentoezicht_Wmo_GGD_regio_Utrecht_mei_2017.pdf Een calamiteit is omschreven als: ‘‘Niet beoogde of onverwachte gebeurtenis, die betrekking heeft op de kwaliteit van een voorziening en die tot een ernstig schadelijk gevolg voor of de dood van een cliënt heeft geleid’.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel