Burgemeester en wethouder kunnen een onttrekkingsvergunning intrekken, indien:
a niet binnen 1 jaar, nadat de beschikking onherroepelijk is geworden, is overgegaan tot onttrekking, samenvoeging of omzetting;
b de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder versterkte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kan vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren.