De deelnemende gemeenten zijn gezamenlijk garant voor de tijdige betaling van rente en aflossing van de door het werkvoorzieningsschap gesloten en te sluiten geldleningen, voorzover ter zake door andere overheidsorganen geen garantie is of wordt gegeven.
De uit de gezamenlijke garantie eventueel voortvloeiende verplichtingen in enig jaar worden door de deelnemende gemeenten gedragen in verhouding waarin zij bijdragen overeenkomstig het bepaalde in artikel 24.