Naar hoofdinhoud
1.. De aflossing vangt aan twee jaar nadat de uitkering is beëindigd; 2.. Bij de berekening van de hoogte van het alsdan maandelijks af te lossen bedrag wordt aansluiting gezocht bij de draagkrachtberekening zoals die geldt bij de bijzondere bijstand; 3.. Het maandbedrag van de aflossing wordt telkens voor een periode van twee jaar vastgesteld. 4.. Indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven, stellen burgemeester en wethouders het maandbedrag van de aflossing voor een langere periode dan twee jaar vast, dan wel wordt zo nodig tussentijds, het maandbedrag van de aflossing op een lager dan wel hoger bedrag vastgesteld 5.. Indien belanghebbende nalatig is de vastgestelde aflossing te voldoen, is de achterstand terstond opeisbaar en is daarover tevens de wettelijke rente verschuldigd.

Rechtspraak bij dit artikel