1.. Voor de berekening van de verschuldigde draagkracht wordt het netto inkomen conform het gestelde in artikel 7 van deze richtlijnen als uitgangspunt genomen.

2.. De draagkracht wordt als volgt vastgesteld:

  • - 0% van de draagkrachtruimte, indien het netto inkomen minder bedraagt dan 110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm;
  • - 35% van de resterende draagkrachtruimte, als en voor zover het netto inkomen ligt tussen 110% en 150% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm;
  • - 100% van der resterende draagkrachtruimte, als en voor zover het netto inkomen ligt boven 150% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm.

3.. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid, wordt de draagkracht vastgesteld op 100% boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm, indien de verstrekking van een tegemoetkoming bijzondere kosten betrekking heeft op één of meer van de volgende kostensoorten:

  • - woonkosten;
  • - kosten van begrafenis of crematie van partner en/of kinderen;
  • - kosten in verband met een tijdelijke opname in een inrichting of detentie;
  • - de voldoening van de rente- en aflossingsverplichtingen van een kredietbanklening.