Naar hoofdinhoud
Onder woonkosten wordt verstaan: Indien een huurwoning wordt bewoond, de op de aanvangsdatum van het lopende huur­toeslagjaar per maand geldende huurprijs als bedoeld in de Wet op de huur­toe­slag. Indien een eigen woning wordt bewoond, de tot een bedrag per maand omgerekende som van het totaal van de onderstaande posten: de ten behoeve van de financiering van de woning verschuldigde hypotheek­rente minus de hypotheekrenteaftrek; de rioolrechten; het eigenaarsdeel van de onroerende zaakbelastingen; de brand- en opstalverzekering; het eigenaarsdeel van de waterschapslasten; onderhoud eigenwoning conform richtlijn Nibud. Een woonkostentoeslag wordt verleend in situaties waarin de woonkosten zo hoog zijn dat de belanghebbende hierin niet kan voorzien met het inkomen. De Wet op de huurtoeslag is daar­bij een voorliggende voorziening. Indien een beroep op de hardheidsclausule in de Wet op de huurtoeslag gedaan wordt, kan als uitgangspunt geen woonkostentoeslag verleend worden, omdat daarmee de toewij­zings­mogelijkheid vervalt. Wel kan in een dergelijke situatie een geldlening verstrekt worden we­gens het redelijkerwijs op korte termijn over voldoende geldmiddelen kunnen beschikken. a. Indien een woning wordt bewoond waarvan de woonkosten niet hoger zijn dan de van toepassing zijnde maximumhuurprijs als genoemd in de Wet op de huurtoeslag, is de toeslag gelijk aan het bedrag dat maximaal wordt verstrekt op grond van de op belanghebbende van toepassing zijn­de tabel volgens de Wet op de huurtoeslag. b. Indien een woning wordt bewoond waarvan de woonkosten hoger zijn dan de van toepassing zijnde maximumhuurprijs wordt de toeslag vastgesteld op: de toeslag als bedoeld onder 4a en het bedrag waarmee de woonkosten de maximumhuurprijs overschrijdt. De toeslag bedoeld in het vierde lid wordt verstrekt voor de duur van een jaar, te rekenen vanaf de datum aanvraag. Aan het verstrekken van deze toeslag wordt de voor­waar­de verbonden dat de belanghebbende al het mogelijke doet om goedkopere woonruimte te verkrijgen, tenzij er sprake is van een woonkostentoeslag voor een eigen woning waarbij kre­diethypotheek is gevestigd. Verlenging van de in het vijfde lid genoemde periode is alleen mo­gelijk indien de belanghebbende, ondanks dat hij aantoonbaar alles in het werk heeft gesteld om een meer passende woonruimte te verkrijgen, hierin buiten zijn toedoen niet in is ge­slaagd. Verlenging als genoemd in het zesde lid kan slechts tweemaal plaats vinden. Artikel 4, lid 2 van deze beleidsregels is niet van toepassing op dit artikel. De bewoner van een recreatiewoning, die van de belastingdienst bericht ontvangt dat de eerder toegekende huurtoeslag voor diens recreatiewoning wordt beëindigd, kan vanaf de datum van stopzetting van de huurtoeslag maximaal één jaar in aanmerking komen voor een woonkostentoeslag. Verlenging van de periode van één jaar voor een woonkostentoeslag als bedoeld in het negende lid is niet mogelijk. Lid 6 en 7 van dit artikel zijn in deze situatie niet van toepassing. Bewoners van een recreatiewoning die op 1 januari 2018 geen woonkostentoeslag ontvangen (anders dan de situatie als genoemd in het negende lid) en personen die op of na 1 januari 2018 een recreatiewoning zijn gaan bewonen, komen niet in aanmerking voor woonkostentoeslag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel