Naar hoofdinhoud
1.. Een tegemoetkoming bijzondere kosten in de noodzakelijke kosten van medische- en/of sociale voorzieningen wordt verleend met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 5 onder e, 14 onder e en 15 van de wet. 2.. Voor de vaststelling van de noodzaak van de kosten van incidentele medische voorzieningen kan een medisch advies worden opgevraagd, indien de te verlenen tegemoetkoming een bedrag van € 500 te boven gaat. Bij een aanvraag voor vergoeding van een tandheelkundige behandeling boven € 500, dient het verzoek voorafgaand aan de behandeling te worden ingediend. 3.. Indien voor de kosten van medische- en/of sociale voorzieningen een gedeeltelijke vergoeding van de zorgverzekeraar wordt ontvangen, wordt geen nader onderzoek ingesteld naar de noodzaak van de kosten. In deze situaties wordt een aanvullende tegemoetkoming bijzondere kosten verstrekt tot 100% van de voor vergoeding in aanmerking komende kosten, onder de voorwaarde dat de belanghebbende is verzekerd via een aanvullende zorgverzekering en aanvullende tandartsverzekering. 4.. Indien voor de kosten van medische- en/of sociale voorzieningen geen vergoeding van de zorgverzekeraar wordt ontvangen, omdat de maximale vergoeding van de zorgverzekeraar voor het betreffende jaar al ontvangen is, wordt geen nader onderzoek ingesteld naar de noodzaak van de kosten. Hierbij geldt de voorwaarde dat de belanghebbende verzekerd is via een aanvullende zorgverzekering en aanvullende tandartsverzekering. Lid 2 van dit artikel is in deze situatie van toepassing. 5.. Wanneer de aanvrager niet beschikt over een aanvullende zorgverzekering en/of aanvullende tandartsverzekering, komen de kosten slechts voor vergoeding in aanmerking tot maximaal het bedrag als ware men verzekerd via de collectieve gemeentelijke VGZ-verzekering. Op de te verstrekken bijdrage wordt de premie van de aanvullende verzekering in mindering gebracht. De tegemoetkoming die door personen met een collectieve ziektekostenverzekering wordt ontvangen voor de betaling van de premie basisverzekering, wordt hierbij buiten beschouwing gelaten. 6.. Indien de aanvrager wegens schuldproblemen niet toegelaten wordt tot een aanvullende verzekering, kan vanwege individuele omstandigheden afgeweken worden van het gestelde in het vijfde lid. Indien op grond van het voorgaande overgegaan wordt tot vergoeding van de gemaakte kosten, wordt op de te verstrekken bijdrage de premie van de aanvullende verzekering in mindering gebracht. De tegemoetkoming die door personen met een collectieve ziektekostenverzekering wordt ontvangen voor de betaling van de premie basisverzekering, wordt hierbij buiten beschouwing gelaten. 7.. Huishoudens met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum en een vermogen dat niet meer bedraagt dan de vermogensvrijlating als genoemd in artikel 34, derde lid van de wet, komen in aanmerking voor deelname aan de collectieve ziektekostenverzekering VGZ dan wel CZ. Jaarlijks vindt controle plaats op het inkomen en vermogen van de deelnemer die geen periodieke uitkering ingevolge de wet ontvangt. Artikel 3, derde lid, artikel 7, derde lid en artikel 7, vierde lid van deze richtlijnen, zijn niet van toepassing op een verstrekking op grond van lid 7 van dit artikel. Met de TBK die verstrekt wordt voor de aanvullende verzekering, wordt bij de uitvoering van dit lid geen rekening gehouden. Artikel 22A van de wet is niet van toepassing bij een verstrekking op grond van lid 7 van dit artikel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel