Een verzoek tot hulp bij schulden kan worden geweigerd wanneer een verzoeker zich niet naar wat in redelijkheid vanuit dat verzoek van hem/ haar mag worden verwacht gedraagt of als iemand niet rechtmatig in Nederland verblijft.
Onder misdragingen worden in ieder geval verstaan: het plegen van (een) strafba(a)r(e) feit(en) tegenover een medewerker, agressieve en onrespectvolle gedragingen.
Om de schuldhulpverlening toegankelijk te maken wordt nadrukkelijk geen hulp bij schulden geweigerd wanneer iemand eerder gebruik gemaakt heeft van schuldhulpverlening of fraude heeft gepleegd. Deze mogelijkheid geeft de wet in artikel 3 lid 2 en 3 wel.
Hoofdstuk 2
Artikel 3
Weigeringsgronden
Onderdeel van Beleidsregels integrale schuldhulpverlening 2019