Naar hoofdinhoud
1.. Voor de medewerker die wordt geplaatst in een hoger gesalarieerde functie binnen de organisatie vervallen de salaristoelagen op grond van paragraaf 3 van hoofdstuk 3 CAR-UWO, tenzij de nieuwe functie ook aanspraak geeft op deze toelagen. 2.. Bij plaatsing in een lagere of een gelijk gesalarieerde functie binnen de organisatie behoudt de medewerker voor de duur waarvoor ze zijn toegekend de functioneringstoelage (artikel 3:8 CAR-UWO) en de arbeidsmarkttoelage (artikel 3:9 CAR-UWO), indien hij daarop in zijn oude functie aanspraak had. De overige op basis van paragraaf 3 van hoofdstuk 3 CAR-UWO aan de medewerker in de oude functie toegekende toelagen komen te vervallen, tenzij de nieuwe functie ook aanspraak geeft op deze toelagen. 3.. Op de Toelage onregelmatige dienst (artikel 3:11 CAR-UWO), de Toelage beschikbaarheidsdienst (artikel 3:13 CAR-UWO) en/of de Inconveniëntentoelage (artikel 3:14 CAR-UWO) zijn de bepalingen zoals bedoeld in artikel 3:16 (afbouwtoelage) van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel