Om vrijwillige mobiliteit te stimuleren kunnen, met uitzondering van het bepaalde in artikelen 6.4.1, 6.4.4, 6.4.5, 6.4.6, 6.4.7, 6.4.8, 6.4.9 en 6.4.10 van deze regeling, de mobiliteit bevorderende voorzieningen en faciliteiten ook al in de periode voorafgaand aan de reorganisatie aan medewerkers beschikbaar worden gesteld, zonder dat zij op dat moment boventallig zijn verklaard.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.3