Naar hoofdinhoud
1.. De boventallig verklaarde medewerker die een andere passende of geschikte functie aanvaardt waaraan een lager salarisniveau is verbonden dan aan de oude functie, behoudt met inachtneming van de (beleids)regels die gelden voor een salarisverhoging, het salaris en het salarisperspectief zoals die voor hem golden in de oude functie. Het verschil tussen het oude en nieuwe lagere salaris wordt in de vorm van een garantietoelage zoals bedoeld in artikel 3:15 CAR-UWO, na plaatsing aan de boventallig verklaarde medewerker uitbetaald zo lang dat salaris lager is dan het salaris dat de medewerker in de oude functie ontving. 2.. De boventallig verklaarde medewerker die een garantietoelage ontvangt, blijft deze toelage ontvangen, zolang de grond hiervoor aanwezig is. 3.. Indien er zich een vacature voordoet in een passende functie op het oorspronkelijke salarisniveau, wordt deze functie aan de in lid 1 van dit artikel bedoelde medewerker aangeboden. In het geval de medewerker deze functie weigert, vervalt de garantietoelage zoals bedoeld in het eerste lid van dit artikel. 4.. De boventallig verklaarde medewerker die een andere passende of geschikte functie aanvaardt waaraan een hoger salarisniveau is verbonden dan aan de oude functie, ontvangt vanaf het moment van plaatsing het hogere salaris. Bij inpassing in een hogere schaal wordt het bedrag van de garantietoelage geïncorporeerd in het toe te kennen salarisbedrag en vervalt gelijktijdig de garantietoelage. Indien na incorporatie nog een bedrag resteert, wordt dat deel nog aangemerkt als een garantietoelage. 5.. De toegekende garantietoelage is pensioengevend en wordt aangepast aan de algemene trendmatige salarisaanpassingen (geïndexeerd) conform de Salaristabel gemeenteambtenaren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel