In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle.
De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten zijn in de tabellen van de artikelen 15 en 16 vastgelegd;
De administratieve organisatie en interne controle waarborgen dat:
de uitvoering rechtmatig en doelmatig is;
de treasury-activiteiten adequaat kunnen worden uitgevoerd en bijgestuurd;
de juistheid, tijdigheid en volledigheid van de informatie verzekerd zijn;
Bevoegdheden dienen via delegatie en mandaat nader schriftelijk te worden vastgelegd;
Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden:
iedere transactie wordt door minimaal twee functionarissen geautoriseerd (het vier-ogen- principe);
de uitvoering en controle wordt door afzonderlijke functionarissen gedaan;
de uitvoering en registratie in de financiële administratie geschiedt door afzonderlijke functionarissen;
Tegenpartijen wordt opdracht gegeven de bevestigingen van iedere transactie te versturen naar de financiële administratie.
De transacties worden onmiddellijk geregistreerd door de functionaris die de transactie heeft afgesloten.
Hoofdstuk
Artikel 14.
Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle
Onderdeel van Treasurystatuut Olst-Wijhe 2019