Naar hoofdinhoud
Lid 1. De burgemeesters machtigen en dragen op aan ieder der wethouders van hun gemeente om stukken uitgaande van het college van burgemeester en wethouders namens hen te ondertekenen. Lid 2. De burgemeesters machtigen en dragen op aan de secretarissen van hun gemeente om stukken uitgaande van de colleges van burgemeester en wethouders en stukken uitgaande van de burgemeesters namens hen te ondertekenen. Lid 3. De burgemeesters machtigen en dragen op aan de gemeentesecretaris en de bestuurssecretaris van de bedrijfsvoeringsorganisatie Noaberkracht, ieder afzonderlijk, aan de programmaregisseurs en teamcoaches om stukken uitgaande van het college van burgemeester en wethouders en stukken uitgaande van de burgemeester namens hem te ondertekenen, voor zover het stukken betreft waarover zij, al dan niet plaatsvervangend, het beheer hebben. Lid 4. Uit het besluit moet, overeenkomstig artikel 10.11, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, blijken dat het besluit door het college respectievelijk door de burgemeester zelf is genomen. Lid 5. De burgemeesters behouden zich voor om ook zelf nader door hen aan te geven categorieën van stukken of afzonderlijke stukken zelf te ondertekenen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel