Lid 1.
De burgemeesters machtigen en dragen op aan ieder der wethouders om hun gemeente in en buiten rechte te vertegenwoordigen.
Lid 2.
De burgemeesters machtigen en dragen op aan de gemeentesecretarissen om hun gemeente in en buiten rechte te vertegenwoordigen.
Lid 3.
De burgemeesters machtigen en dragen op aan de gemeentesecretarissen en de bestuurssecretaris van Noaberkracht, ieder afzonderlijk, en aan de programmaregisseurs en teamcoaches om de gemeenten in en buiten rechte te vertegenwoordigen, voor zover het betreft de programmaregisseurs en teamcoaches uitsluitend inzake die aangelegenheden waarover zij, al dan niet plaatsvervangend, het beheer hebben.
Lid 4.
De burgemeesters behouden zich voor om ook zelf hun gemeenten in en buiten rechte te vertegenwoordigen in nader door hem aan te geven gevallen of in afzonderlijke gevallen.
Artikel 8