**1..** De omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 14, eerste lid, kan door burgemeester en wethouders worden ingetrokken:
- - als de verlening berust op onjuiste of onvolledige gegevens en de juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid;
- - voor zover veranderde omstandigheden of feiten met betrekking tot de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is verleend, zich in overwegende mate tegen voortzetting of ongewijzigde voortzetting van die activiteit verzetten.
- - de vergunninghouder de nadere regels als bedoeld in artikel 14 lid 3 niet naleeft;
- - de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het beschermd gemeentelijk monument zwaarder dient te wegen;
- - niet binnen 52 weken van de vergunning gebruik wordt gemaakt.
**2..** Van de beschikking tot intrekking wordt een kopie aan de gemeentelijke adviescommissie gestuurd.