Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8

Artikel 25

Instandhoudingbepaling

Onderdeel van Erfgoedverordening Altena 2019

1.. Het is verboden om zonder een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders objecten of gebieden met een zeer hoge cultuurhistorische waarde zoals aangeduid op de gemeentelijke cultuurhistorische beleidskaart, te wijzigen, te beschadigen of te verstoren. 2.. Het verbod in lid 1 is niet van toepassing: Indien voor de activiteit een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, eerste of tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is verleend; in het geldende bestemmingsplan cultuurhistorische waarden en beschermende regels zijn opgenomen, die in overeenstemming zijn met het vastgestelde gemeentelijke erfgoedbeleid; de uitvoering van normaal onderhoud is en voor zover de aanleg van een tuin, park of andere aanleg, niet wijzigt. 3.. Burgemeester en wethouders vraagt de gemeentelijke adviescommissie advies als een vergunning wordt gevraagd in objecten of gebieden met een zeer hoge cultuurhistorische waarde zoals aangeduid op de gemeentelijke cultuurhistorische beleidskaart. Binnen vier weken na de datum van verzending van het afschrift van deze aanvraag brengt de gemeentelijke adviescommissie schriftelijk advies uit aan burgemeester en wethouders. 4.. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels aan de omgevingsvergunning stellen met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden. Ook kan het nadere gegevens van de aanvrager verlangen, waaronder de resultaten van een bouwhistorisch onderzoek, een cultuurhistorische analyse of een werkomschrijving/bestek van de werkzaamheden. Deze regels kunnen mede inhouden een vrijstelling van het verbod, bedoeld in het eerste lid. 5.. De gevraagde omgevingsvergunning kan worden geweigerd, indien de cultuurhistorische waarden die in het geding zijn naar het oordeel van burgemeester en wethouders behouden dienen te blijven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel