**1..** Indien binnen het grondgebied van de gemeente archeologisch (voor)onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van de archeologische monumentenzorg, in de zin van de Erfgoedwet 2016, dient dit onderzoek te voldoen aan de gemeentelijke archeologische richtlijnen die in aanvulling op programma’s van eisen door het college zijn vastgesteld en waarmee aanvullende voorwaarden kunnen worden gesteld aan de uitvoeringsmethodiek en rapportage van archeologisch onderzoek.
**2..** Indien binnen het grondgebied van de gemeente archeologisch onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van het doen van opgravingen in de zin van paragraaf 5.1 van de Erfgoedwet 2016, dient onverminderd de overige bepalingen van deze wet:
burgemeester en wethouders een programma van eisen vast te stellen als bedoeld in artikel 1 van deze erfgoedverordening, waarbij nadere eisen worden gesteld aan het onderzoek;
de verstoorder, voorafgaande aan het onderzoek, een plan van aanpak als bedoel in artikel 1 van deze erfgoedverordening ter goedkeuring aan burgemeester en wethouders te overleggen;
**3..** In de nadere regels kan burgemeester en wethouders bepalingen opnemen met betrekking tot het toezicht op de feitelijke uitvoering van het plan van aanpak. Tijdens het onderzoek dienen aanwijzingen van burgemeester en wethouders in acht te worden genomen.
**4..** Om te kunnen beoordelen of het plan van aanpak aan het programma van eisen en eventuele nadere eisen voldoet, vragen burgemeester en wethouders advies aan een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.
Hoofdstuk 7
Artikel 24
Archeologisch (voor)onderzoek en opgravingen
Onderdeel van Erfgoedverordening Altena 2019