| Activa | De bezittingen van de gemeente. Deze worden ingedeeld in vlottende activa en vaste activa. |
| Vlottende activa | De bezittingen van de gemeente waarvan het daarvoor benodigde vermogen voor een periode korter dan een jaar is vastgelegd. Binnen een jaar moeten de vlottende activa zijn omgezet in geld. |
| Investering | Een uitgave van enige omvang, waarvan het nut zich over meer jaren uitstrekt. Onderscheid wordt gemaakt tussen investeringen met een economisch nut en investeringen met een maatschappelijk nut. |
| Investering met economisch nut | Activa die kunnen bijdragen aan het genereren van middelen, bijvoorbeeld door het vragen van rechten, heffingen, leges of prijzen of die verhandelbaar zijn, zoals gebouwen. Conform artikel 35 eerste lid van het BBV dienen de investeringen met economisch nut waarvoor heffingen worden geheven op de balans apart verantwoord te worden. |
| Investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut | Activa die geen mogelijkheid hebben middelen te genereren maar wel duidelijk een publieke taak vervullen zoals wegen, bruggen e.d. |
| Activeren | Het opnemen van investeringen op de balans. De waarde van de vaste activa wordt bij het vermogen van de gemeente geteld. De jaarlijkse kosten worden in de toekomst ten laste van de exploitatie gebracht, dit zijn de kapitaallasten. |
| Vaste activa | De bezittingen van de gemeente waarvan het daarvoor benodigde vermogen voor een periode langer dan een jaar is vastgelegd. Voorbeelden hiervan zijn gronden, gebouwen en inventaris. De vaste activa worden verder verdeeld in: Immateriële vaste activa, Materiële vaste activa en Financiële vaste activa. |
| Immateriële vaste activa | Investeringsuitgaven waar geen gemeentelijke bezittingen tegenover staan. Dit zijn die activa die niet stoffelijk van aard zijn en die niet onder de financiële vaste activa worden begrepen (bijvoorbeeld kosten sluiten geldleningen en kosten van onderzoek en ontwikkeling). |
| Materiële vaste activa | Dit zijn investeringsuitgaven waar bezittingen tegenover staan van stoffelijke aard, waarvan de gebruiksduur gedurende meer jaren kan worden toegepast. |
| Financiële vaste activa | Een groep van activa die een financiële waarde of bezit vertegenwoordigen (bijvoorbeeld deelnemingen en aandelen). |
| Levensduurverlengende investeringen | Dit zijn investeringen, niet zijnde groot onderhoud, die worden gepleegd ten behoeve van een bestaand actief en expliciet leiden tot een substantiële levensduurverlenging van het betreffend actief. |
| Verkrijgingsprijs | Het bedrag dat is betaald om activa aan te schaffen (de inkoopprijs en de bijkomende kosten). |
| Vervaardigingsprijs | De kosten die gemaakt zijn ten behoeve van het intern vervaardigen van een actief. |
| Voorraden | Dit zijn goederen die je in bewaring houdt voor later gebruik. In de BBV is het volgende onderscheid opgenomen: grond- en hulpstoffen, onderhanden werk, waaronder bouwgronden in exploitatie, gereed product en handelsgoederen, vooruitbetalingen. |
| Boekwinst | Als het actief wordt verkocht tegen een prijs die hoger is dan de resterende boekwaarde op het moment van verkoop. |
| Technische levensduur | Het aantal jaren dat een actief daadwerkelijk meegaat, voordat het technisch versleten is. |
| Boekwaarde | Waarde van de activa op de balans. Dit is de verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met de afschrijvingen. |
| Restwaarde | Vertegenwoordigt de schatting van de opbrengstwaarde aan het eind van de economische levensduur tegen het huidige prijspeil, verminderd met de te maken kosten voor verwijdering of vernietiging van (delen van) het actief. |
| Kapitaallasten | Dit zijn de jaarlijks terugkerende lasten die samenhangen met de investeringen. De kapitaallasten kunnen bestaan uit afschrijvingen en rente. |
| Afschrijven | Een boekhoudkundige weergave van de waardevermindering van activa wegens technische slijtage en economische veroudering. Het af te schijven bedrag hangt af van de economische levensduur van de investering. De afschrijvingen zijn onderdeel van de kapitaallasten. De meest voorkomende afschrijvingsmethoden zijn lineaire afschrijving en annuïtaire afschrijving. |
| Annuïtaire afschrijvingsmethode | Een afschrijvingsmethode waarbij de kapitaallasten jaarlijks gelijk zijn gedurende de gehele economische levensduur van de investering. In de beginjaren is de afschrijvingscomponent laag en de rentecomponent hoog. Aan het eind ligt deze verhouding andersom. |
| Lineaire afschrijvingsmethode | Een afschrijvingsmethode waarbij de kapitaallasten jaarlijks dalen. De afschrijvingscomponent is jaarlijks gelijk. Als gevolg van een daling van de boekwaarde neemt de jaarlijkse rentelast af. |
| Integraal afschrijven | Alle onderdelen van een en het zelfde actief worden over de zelfde periode afgeschreven. |
| Componentenbenadering | Deze houdt in dat verschillende samenstellende delen van een materieel vast actief, afzonderlijk worden gewaardeerd en afgeschreven op basis van het waardeverloop van die individuele delen. |
| Economische levensduur | De maximale periode waarin een productiemiddel economisch verantwoord kan worden gebruikt. Er komen nieuwe machines op de markt waarin de jongste technische kennis is verwerkt. De economische levensduur wordt bepaald door rationeel en doelmatig gebruik rekening houdend met technologische ontwikkelingen. |
Bijlage 1:
Bijlage 1: Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Altena houdende regels omtrent waarderen en afschrijven vaste activa Nota Waarderen en afschrijven Altena 2019
Begrippenlijst
Bewaren kan ook zonder account
Verwijzingen
Houd art. Bijlage 1: bij de hand
Met een gratis account kun je dit artikel bewaren, tekst markeren en jezelf overhoren. Dat werkt op je laptop en op je telefoon.
- Geen reclame
- Je markeringen blijven van jou
- Werkt op je telefoon