1. Voor de kosten van huurderving kan een persoonsgebonden budget verstrekt worden. Het betreft dan de situatie dat tijdelijk een aangepaste woning leegstaat in afwachting van een bewoner waarvoor een dergelijke woning een passende bijdrage aan zelfredzaamheid en participatie vormt. De hoogte van het persoonsgebonden budget is gelijk aan de kale huur van de woonruimte met een maximum van het bedrag genoemd in artikel 13 lid 1 sub a van de wet op de Huurtoeslag. Verstrekking vindt slechts plaats indien de betreffende woning voor meer dan €5000,- is aangepast. De periode waarvoor een vergoeding wordt verstrekt bedraagt maximaal zes maanden. Onder voorwaarden is verlenging van deze termijn met maximaal drie maanden mogelijk.
2. Het college is bevoegd om hierover nadere regels te stellen.
HOOFDSTUK 3:
Artikel 14D.
De hoogte van het persoonsgebonden budget voor huurderving
Onderdeel van VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING 2019