1. Met inachtneming van artikel 11 en 12 kan een cliënt in aanmerking komen voor een woonvoorziening als hij
a. aantoonbare beperkingen heeft bij het normaal gebruik van zijn woning, en
b. aantoonbaar al het redelijkerwijs mogelijke heeft gedaan om een geschikte woning te vinden, of
c. een op basis van aantoonbare beperkingen aanwezige gedragsstoornis heeft met ernstig ontremd gedrag tot gevolg, waarbij alleen het zich kunnen afzonderen kan leiden tot een situatie waarin deze persoon met beperkingen tot rust kan komen.
2. Een cliënt kan alleen voor een maatwerkvoorziening ten behoeve van wonen in de vorm van een woningaanpassing in aanmerking komen wanneer deze langdurig noodzakelijk is en verhuizing niet mogelijk is of niet de goedkoopst compenserende voorziening is.
3. Een maatwerkvoorziening ten behoeve van wonen wordt slechts verstrekt als de cliënt zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben in de zelfstandige woonruimte waaraan de voorziening wordt getroffen en deze woonruimte zich bevindt in de gemeente Venray, dan wel voor het bezoekbaar maken van één andere woonruimte dan waar de cliënt met beperkingen zijn hoofdverblijf heeft als het hoofdverblijf van de cliënt in een erkende zorginstelling is en deze instelling zich buiten de gemeente Venray bevindt.
4. De aanvraag voor het bezoekbaar maken kan slechts worden behandeld indien de aan te passen woning zich in Venray bevindt. Bevindt de aan te passen woning zich elders dan zal de aanvraag bij de betreffende gemeente moeten worden ingediend. De maatwerkvoorziening betreft slechts het bezoekbaar maken van de aan te passen, in lid 3 bedoelde woning.
5. Het college is bevoegd hierover nadere regels te stellen.
HOOFDSTUK 3:
Artikel 20
Aanvullende criteria en voorwaarden voor maatwerkvoorzieningen ten behoeve van wonen
Onderdeel van VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING 2019