De leden van de raad en de leden van het college spreken vanaf het spreekgestoelte. Interruptie vindt plaats na toestemming van de voorzitter, aan een van de interruptiemicrofoons. Interruptie is niet toegestaan aan wethouders.
Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de leden van de raad en college vanaf een andere plaats spreken.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 3
Artikel 27.