Ieder lid van de raad kan ter vergadering een motie indienen.
Een motie moet, om in bespreking genomen te kunnen worden, schriftelijk en door ten minste één raadslid bij de voorzitter worden ingediend.
De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel plaats.
De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende agendapunten zijn behandeld.
Intrekking, door de indiener(s), van de motie is mogelijk, tot het begin van de besluitvorming.
Hoofdstuk 5
Artikel 43.