1.. De hoogte van het PGB voor beschermd wonen vloeit voort uit het voor de cliënt van toepassing zijnde arrangement en een indicatie in uren.

2.. De hoogte van het PGB voor beschermd wonen wordt vastgesteld op basis van de geïndiceerde uren en bedraagt voor professionals in dienst van een instelling 90% van het zorginstellingstarief, waarbij er sprake is van twee zorginstellingstarieven gerelateerd aan het functieniveau. Bij de berekening wordt uitgegaan van een all-in tarief.

3.. Indien sprake is van overgangsrecht geldt een tarief van 75%.

4.. Indien de cliënt met een indicatie voor beschermd wonen zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben in een accommodatie die voldoet aan de eisen als bedoeld in artikel 4.9 derde lid van de verordening, kan het college een wooninitiatieventoeslag verstrekken.

5.. Het college stelt de tarieven en de hoogte van de wooninitiatieventoeslag vast in het Financieel besluit.

6.. Het werkelijk toe te kennen PGB wordt afgestemd op de ondersteuningsbehoefte, dat volgt uit het plan van aanpak en de hiermee samenhangende kosten.