Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Compensatieverlof

Onderdeel van Regeling flexibele werktijden gemeente Valkenburg aan de Geul

Lid 1 Het verschil tussen de feitelijke en formele arbeidsduur wordt gecompenseerd in de vorm van een even zo groot aantal uren verlof. Lid 2 De medewerker mag in principe (tenzij tussen medewerker, direct leidinggevende en afdeling P&O anders overeengekomen) maximaal 15 uren compensatieverlof (plusuren) opbouwen. Deze uren worden berekend over een periode van 52 weken. Hierbij mag maximaal 15 uur te weinig gewerkt worden (minuren). Lid 3 Plusuren die niet binnen de periode van 13 weken volgend op de periode waarin de uren zijn opgebouwd, zijn opgenomen, worden niet overgeboekt naar de volgende periode, tenzij daarvoor toestemming is verleend door gemeentesecretaris/algemeen directeur. De verantwoordelijkheid voor het urensaldo ligt bij de direct leidinggevende. De afdeling Personeel en Organisatie heeft inzagerecht. Lid 4 Er mag ten hoogste 15 uren in de min worden gestaan; het meerdere wordt aan het eind van de in lid 3 vastgestelde periode in mindering gebracht op het vakantieverlof. Indien de medewerker geen vakantieverlof meer heeft, worden de ‘minuren‘ verrekend met het uurloon en in mindering gebracht op het salaris. Lid 5 In geval van ziekte vindt geen opbouw van compensatie-uren plaats, maar wordt de feitelijke arbeidsduur per dag gelijkgesteld aan de formele arbeidsduur per dag. Lid 6 De te werken arbeidsduur zoals overeengekomen met de medewerker bepaalt de hoeveelheid verlofuren waarop iemand op een feestdag recht heeft. Lid 7 Uren die de medewerker, zonder daartoe een opdracht te hebben gekregen, meer werkt dan zijn vastgestelde formele arbeidsduur worden niet aangemerkt als overwerk, maar als compensatieverlof. Lid 8 Aan het eind van het jaar kunnen nooit meer verlof- en compensatie-uren overblijven dan de hoogte van het basisverlof.

Rechtspraak bij dit artikel