Naar hoofdinhoud
Lid 1 Minimaal één keer per drie jaar vindt een POP-gesprek plaats tussen de medewerker en zijn direct leidinggevende. Lid 2 Het gesprek dient plaats te vinden binnen 6 weken nadat het functioneringsgesprek is gevoerd. Lid 3 Een POP-gesprek kan op elk moment tussentijds plaatsvinden, wanneer direct leidinggevende en/of medewerker dit noodzakelijk achten. Lid 4 Een tussentijds POP-gesprek vindt plaats binnen 3 maanden na: de start van een opleiding, training of studie; het afronden van een opleiding, training of studie; voortijdige beëindiging van een opleiding, training of studie.

Rechtspraak bij dit artikel