Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2

Artikel 13

Intrekken van de vergunning

Onderdeel van Monumentenverordening 2005

1 De vergunning kan door burgemeester en wethouders worden ingetrokken indien: a blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; b blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften als bedoeld in artikel 9 lid 2 niet naleeft; c de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het te beschermen gemeentelijk monument zwaarder dient te wegen. d niet binnen 52 weken van de vergunning gebruik wordt gemaakt. 2 Van de beschikking tot intrekking wordt een afschrift aan de monumentencommissie gezonden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel