1 De vergunning kan door burgemeester en wethouders worden ingetrokken indien:
a blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;
b blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften als bedoeld in artikel 9 lid 2 niet naleeft;
c de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het te beschermen gemeentelijk monument zwaarder dient te wegen.
d niet binnen 52 weken van de vergunning gebruik wordt gemaakt.
2 Van de beschikking tot intrekking wordt een afschrift aan de monumentencommissie gezonden.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2
Artikel 13
Intrekken van de vergunning
Onderdeel van Monumentenverordening 2005