** 1. .** Het college neemt het ondersteuningsplan als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag voor een maatwerkvoorziening.
** 2. .** Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening:
ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet kan verminderen of wegnemen
op eigen kracht;
met gebruikelijke hulp;
met mantelzorg;
met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk;
met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen; of
met gebruikmaking van algemene voorzieningen.
De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 6 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven;
ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving van de cliënt met psychische of psychosociale problemen en de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, voor zover de cliënt deze problemen naar het oordeel van het college niet kan verminderen of wegnemen
op eigen kracht;
met gebruikelijke hulp;
met mantelzorg;
met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk;
met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen; of
met gebruikmaking van algemene voorzieningen.
De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikelen 5 en 6 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd wonen of opvang en aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld zo zich snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Voor de beoordeling of al dan niet aanspraak bestaat op een maatwerkvoorziening voor beschermd wonen en opvang, gelden de criteria zoals opgenomen in de verordening van de gemeente Nijmegen en de hierop gebaseerde nadere regels en/of beleidsregels van de gemeente Nijmegen. Deze bepalingen zijn van toepassing op de uitvoering van beschermd wonen en maatschappelijke opvang in de gemeente West Betuwe.
ter bevordering van:
gezond en veilig opgroeien van de jeugdige(n) naar zelfstandigheid,
voorkomen van, de ondersteuning, hulp en zorg bij opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen bij jeugdigen;
de ondersteuning, hulp en zorg bij opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen bij jeugdigen;
waarbij het uitgangspunt is dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen allereerst bij de ouders en de jeugdige zelf ligt.
** 3. .** Ten aanzien van een maatwerkvoorziening met betrekking tot zelfredzaamheid en participatie geldt dat een cliënt alleen voor een maatwerkvoorziening in aanmerking komt als de noodzaak tot ondersteuning:
voor de cliënt redelijkerwijs niet vermijdbaar was, en
voorzienbaar was, in die zin dat alleen rekening mag worden gehouden met de op het moment van aanschaf of verhuizing al aanwezige beperkingen en de te verwachten ontwikkelingen daarvan.
** 4. .** Als een Wmo-maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door het college verstrekte voorziening, wordt deze slechts verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven,
tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen;
tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de veroorzaakte kosten, of
als de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke ondersteuning.
** 5. .** Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequate voorziening.
Hoofdstuk 3
Artikel 11.