Naar hoofdinhoud
Het college kan de toegang tot een maatwerkvoorziening weigeren op basis van de volgende gronden: Er is een voorliggende voorziening beschikbaar die in voldoende mate bijdraagt aan de oplossing van het probleem zoals gebleken is na onderzoek, bedoeld in artikel 6 van deze verordening. Er is een andere voorziening beschikbaar die in voldoende mate bijdraagt aan de oplossing van het probleem zoals gebleken is na onderzoek, bedoeld in artikel 6 van deze verordening. Er is in redelijkheid en op basis van onafhankelijk advies (zie artikel 13) aan te nemen dat een ondersteuningsvraag niet opgelost of verminderd kan worden met maatwerkvoorzieningen. Geen Wmo-maatwerkvoorziening, gericht op zelfredzaamheid en participatie zoals bedoeld in artikel 1.1.1 Wmo 2015 aan cliënten die geen ingezetene zijn van de gemeente West-Betuwe. Geen maatwerkvoorziening als de cliënt voor het verkrijgen van passende ondersteuning gebruikt kan maken van een aanvullende verzekering. Geen maatwerkvoorziening als de cliënt vóór ze zich melden reeds een maatwerkvoorziening hebben aangeschaft/gerealiseerd en niet meer is vast te stellen of de ingekochte voorziening noodzakelijk was; Geen Wmo-maatwerkvoorziening als deze niet langdurig noodzakelijk is (met een uitzondering voor hulp bij het huishouden). Geen woonvoorziening als de noodzaak van een woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding bestaat op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er geen belangrijke reden voor de verhuizing aanwezig is. Geen woonvoorziening als de cliënt niet is verhuisd naar de op dat moment meest geschikte beschikbare woning. Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de Jeugdwet verstrekt het college geen pgb voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel