Naar hoofdinhoud
1.. Indien de belanghebbende een uitkering ontvangt op grond van de Participatiewet, IOAW of IOAZ bedraagt de aflossingsverplichting tenminste 6 % van de van toepassing zijnde bijstandsnorm, dan wel de van toepassing zijnde grondslag als bedoeld in artikel 5, derde lid en volgende van de IOAW en IOAZ per maand inclusief vakantietoeslag, maar niet meer dan het bedrag dat ingevolge het bepaalde in artikel 475 d van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering voor beslag in aanmerking zou komen. 2.. In afwijking van het eerste lid wordt met een betalingsvoorstel van de debiteur ingestemd voor zover daarmee de vordering binnen een periode van 24 maanden in zijn geheel kan worden afgelost en het voorgestelde aflossingsbedrag tenminste € 50,-- per maand bedraagt. 3.. In het geval van beslaglegging door een derde kan de aflossingsverplichting ingevolge de bovengenoemde leden voor alle vorderingen worden bepaald op de volledige beslagruimte zoals aangegeven in artikel 475 d Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel