Naar hoofdinhoud
1.. De hoogte van het maandelijkse aflossingsbedrag bij beëindiging of intrekking van de uitkering wordt gesteld op het bedrag dat de belanghebbende maandelijks al afloste tijdens de bijstands-periode of de periode waarin een uitkering op grond van IOAW of IOAZ is ontvangen. 2.. Indien tijdens het nemen van een terugvorderingsbesluit een ander inkomen wordt ontvangen dan de bijstandsuitkering of een uitkering op grond van IOAW of IOAZ, wordt volgens de regels van de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet ingaande 1 januari 2019 de hoogte van het aflossingsbedrag berekend. 3.. In afwijking van de voorgaande leden wordt met een betalingsvoorstel van de belanghebbende ingestemd voor zover daarmee de vordering binnen een periode van 24 maanden in zijn geheel wordt afgelost en het voorgestelde aflossingsbedrag tenminste € 50,-- per maand bedraagt.

Rechtspraak bij dit artikel