**1..** Een persoon met een beperking heeft niet de mogelijkheid te kiezen voor een persoonsgebonden budget als daartegen overwegende bezwaren bestaan. Daarvan is in ieder geval sprake als:
de voorziening deelname aan het collectief vervoer is;
er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat de persoon met een beperking zonder hulp niet in staat is tot een verantwoorde besteding van het persoonsgebonden budget en deze hulp niet via een echtgenoot, wettelijk vertegenwoordiger, bewindvoerder of curator beschikbaar is;
de persoon met een beperking zich in de periode van twee jaar voorafgaand aan de aanvraag niet heeft gehouden aan – bij een eerdere verstrekking van een persoonsgebonden budget – opgelegde verplichtingen;
de persoon met een beperking in een financieel hulpverleningstraject zit of daarvoor in aanmerking zou komen;
de persoon met een beperking het eerder verstrekte persoonsgebonden budget niet naar genoegen van het college heeft kunnen verantwoorden.
** 1. .** Het hoogte van een PGB:
is gebaseerd op een door de cliënt opgesteld (zorg)plan over onder andere hoe het PGB besteed gaat worden;
is toereikend om effectieve en kwalitatief goede ondersteuning in te kopen.
** 2. .** Als uit het gesprek en het plan blijkt dat het door het college vastgestelde tarief niet toereikend is, kan hiervan worden afgeweken tot ten hoogste van de kostprijs van de in desbetreffende situatie goedkoopst compenserende maatwerkvoorziening in natura.
** 3. .** Het PGB voor informele hulp kan beperkt worden tot die gevallen waarin de ondersteuning de gebruikelijke hulp overstijgt, niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt verleend en structureel, zwaar, van een behoorlijke omvang is en in een hoge mate een verplichting kent.
** 4. .** De persoon met een beperking dient zelf de meerkosten van de aanbieder of de voorziening te betalen wanneer het tarief van de gewenste aanbieder of voorziening duurder is dan het door het college voorgestelde aanbod.
** 5. .** Tussenpersonen of belangenbehartigers en administratiekosten mogen niet uit het PGB betaald worden.
** 6. .** Bij de vaststelling van een persoonsgebonden budget wordt rekening gehouden met afschrijvingstermijnen die naar de geldende maatschappelijke normen voor de verstrekte voorziening gebruikelijk zijn. Mocht na die tijd blijken dat de voorziening nog in goede staat verkeert, dan wordt de gebruiksduur verlengd.
** 7. .** De budgethouder dient een schriftelijke zorgovereenkomst te sluiten met de door hem of haar ingeschakelde dienst- en/of zorgverlener.
** 8. .** De budgethouder is verplicht om gedurende de gebruiksduur de aangeschafte voorziening voldoende te laten onderhouden en, voor zover van toepassing, toereikend te verzekeren. In het geval van een scootmobiel, aangepaste fiets met hulpmotor of een elektrische rolstoel is de budgethouder verplicht een all risk verzekering af te sluiten gedurende de gebruiksduur van het hulpmiddel.
** 9. .** Ingeval het gebruik van de voorziening welke met een persoonsgebonden budget is aangeschaft, is beëindigd en de gebruiksduur van de voorziening niet geheel is verstreken, is de budgethouder in beginsel verplicht de voorziening te retourneren dan wel de restwaarde onder verrekening van eventueel ingebrachte eigen middelen, aan het college te vergoeden.
** 10. .** In beginsel wordt een voorziening (lees begeleiding) bekostigd vanuit PGB alleen geleverd in de buurt van de verblijfsplaats van de belanghebbende; binnen het Westerkwartier dan wel de provincie Groningen, kop van Drenthe en/of Friesland.
** 11. .** Levering van een PGB in het buitenland vindt in beginsel niet plaats, tenzij het college hiertoe schriftelijke toestemming geeft.
** 12. .** De budgethouder is verplicht zijn verblijf langer dan 4 weken in het buitenland te melden bij het college.
** 13. .** Een PGB kan niet worden ingezet bij spoedeisende zorg en/of crisis.
** 14. .** Een PGB voor informele zorg wordt alleen verstrekt als de benodigde zorg de gebruikelijke zorg te boven gaat.
Artikel 11