De hoogte van de werkgeverspremie bedoeld in artikel 15 van de Verordening bedraagt voor werkgevers, niet zijnde uitzendbureaus:
€ 2.000,- bij een dienstverband van minimaal 32 uur per week voor een periode van 6 maanden, of
€ 5.000,- bij een dienstverband van minimaal 32 uur per week voor een periode van 12 maanden of langer.
De premie als bedoeld in het eerste lid wordt uitbetaald nadat de werkgever een kopie van de arbeidsovereenkomst heeft overgelegd en de eventuele wettelijke proeftijd is verstreken.
De hoogte van de werkgeverspremie bedoeld in artikel 15 van de Verordening bedraagt voor uitzendbureaus:
€ 3,00 per uur indien de werkzoekende bij aanvang van de werkzaamheden 21 jaar of ouder is;
€ 1,50 per uur indien de werkzoekende bij aanvang van de werkzaamheden jonger is dan 21 jaar.
De premie als bedoeld in het derde lid geldt voor ieder uur betaald werk.
Recht op premie als bedoeld in het derde lid bestaat voor het betreffende uitzendbureau, waarbij geldt dat er binnen een periode van 12 maanden over ten minste 208 uur en ten hoogste 1,100 uur premie per werknemer wordt uitgekeerd.
De premie als bedoeld in het derde lid wordt uitbetaald nadat:
er minimaal 208 uur werk is verricht en
het uitzendbureau de facturen over de desbetreffende uren heeft overgelegd met daarbij bewijsstukken van het aantal verloonde uren en bewijsstukken in welke week de werknemer heeft gewerkt.
De werkgeverspremie wordt verstrekt als voorafgaand aan de datum indiensttreding bij het college melding wordt gemaakt van de inzet van de werkgeverspremie.
Indien de werknemer langer dan één maand voorafgaand aan de overeenkomst bij dezelfde werkgever heeft gewerkt met behoud van uitkering, komt de werkgever niet in aanmerking voor een werkgeverspremie.
Er wordt geen werkgeverspremie verstrekt aan een werkgever die eerder voor dezelfde werknemer een werkgeverspremie heeft ontvangen.
Maximaal kan een premie van € 30.000,00 per onderneming per jaar worden toegekend.