**1..** Als belanghebbende geen bijstand ontvangt en verzoekt om een aflossingsregeling kan hiermee worden ingestemd als de vordering in 36 maanden afgelost kan zijn, en het aflossingsbedrag minimaal € 50,00 per maand bedraagt.
**2..** Als de vordering niet in 36 maandelijkse termijnen kan zijn afgelost, wordt een onderzoek ingesteld naar de aflossingscapaciteit van de belanghebbende, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat dit onderzoek zich toespitst op de vraag of deze in staat is maandelijks een bedrag af te lossen dat gelijk is aan 5% van de voor hem geldende bijstandsnorm. Daarbij worden de financiële- en persoonlijke omstandigheden van belanghebbende in acht genomen. Alleen ingeval de belanghebbende maandelijks minder dan 5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm aflost of niets aflost wordt éénmaal per 3 jaar respectievelijk éénmaal per jaar een onderzoek ingesteld naar eventuele wijzigingen in de financiële en persoonlijke situatie van de belanghebbende.
**3..** Als belanghebbende niet meewerkt aan een onderzoek naar zijn financiële en persoonlijke situatie, wordt het aflossingsbedrag ambtshalve vastgesteld op 5% van de van voor hem geldende bijstandsnorm. Ook kan in dat geval onder toepassing van artikel 60 lid 6 P-wet direct beslag worden gelegd op het inkomen van de belanghebbende.
Hoofdstuk 4
Artikel 11