**1..** Als belanghebbende bijstand ontvangt van de gemeente Schagen, wordt de vordering of geldlening in maandelijkse termijnen met deze bijstand verrekend. Deze verrekening vindt plaats op grond van artikel 60 lid 3 P-wet en artikel 6:127 van het Burgerlijk Wetboek.
**2..** Als belanghebbende bijstand van een andere gemeente, een uitkering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of een uitkering van de Sociaal verzekeringsbank ontvangt, wordt de vordering of geldlening in maandelijkse termijnen met deze bijstand of voornoemde uitkering verrekend. Deze verrekening vindt plaats op grond van artikel 60a. van de P-wet (pseudo-verrekening).
**3..** Bij vorderingen uit ten onrechte of tot een te hoog bedrag verstrekte uitkering op grond van de P-wet, vorderingen op grond van een bestuurlijke boete of een geldlening bedraagt het in te houden bedrag 5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm.
**4..** Bij vorderingen uit ten onrechte of tot een te hoog bedrag verstrekte uitkering op grond van de IOAZ- of IOAW- of vorderingen op grond van een bestuurlijke boete wordt het aflossingsbedrag bepaald op 5% van de bruto uitkeringsgrondslag.
**5..** Als de bijstand op enig moment wordt beëindigd, wordt aan de belanghebbende verzocht om de verschuldigde aflossingen zelf te blijven voldoen.
**6..** Als de bijstand wordt beëindigd, wordt de reservering van het vakantiegeld met de vordering verrekend.
**7..** Als de belanghebbende een vordering op de gemeente heeft, dan verrekent het college deze met een vordering als bedoeld in artikel 58 en 59 van de P-wet, artikel 25, tweede en derde lid, van de IOAW en artikel 25, tweede en derde lid, van de IOAZ.
Hoofdstuk 4
Artikel 10