Om te voorkomen dat leden van de onderzoekscommissie zaken naar buiten brengen geldt als algemene regel dat alles vertrouwelijk wordt behandeld tot dat de commissie besluit om de informatie openbaar te maken. Dit geldt uiteraard niet voor informatie die al openbaar is, bijvoorbeeld omdat die is verkregen tijdens een openbare zitting. Het besluit om informatie openbaar te maken kan slechts in absolute meerderheid worden genomen. Dit betekent dat de meerderheid van de voltallige commissie benodigd is. Ook wanneer commissieleden niet aanwezig zijn, zich onthouden van stemmen of blanco stemmen, tellen zij mee voor het bepalen van het totale aantal stemmers.
Voorts kan de onderzoekscommissie besluiten om aan de gesprekspartners en andere aanwezigen bij een besloten vergadering geheimhouding op te leggen op al hetgeen is besproken. Verkennende en informatieve gesprekken worden hierbij gezien als een besloten vergadering. De onderzoekscommissie dient deze geheimhouding op te leggen in de besloten vergadering en op grond van artikel 86 lid 1 Gemeentewet en dus op (een van) de gronden van artikel 10 Wet Openbaarheid Bestuur. De geheimhouding dient staande de besloten vergadering opgelegd te worden. Het is niet mogelijk de geheimhouding achteraf op te leggen. Bij het opleggen van de geheimhouding dient aan de voorwaarden te zijn voldaan van een besluit in de zin van de Algemene Wet Bestuursrecht. Denk hierbij bijvoorbeeld aan; het besluit moet op schrift worden gesteld, dient voldoende gemotiveerd te zijn, er dient een belangenafweging gemaakt te worden en het besluit moet bekend worden gemaakt.
Om onduidelijkheid over de opgelegde geheimhouding te voorkomen, wordt dit besluit bij aanvang en staande de vergadering op schrift gesteld en door zowel de onderzoekscommissie als de gesprekspartner(s) ondertekend.
Artikel 14