1.
Het tijdvak waarvoor een subsidie verleend kan worden, is maximaal vier jaar.
2.
Het college neemt in een beschikking tot subsidieverlening voor meer dan één jaar een begrotingsvoorbehoud, als bedoeld in artikel 4 lid 5 van deze verordening, op.
3.
Gedurende de subsidieperiode wordt het jaarlijkse subsidiebedrag, vóór aanvang van het betreffende subsidiejaar, met een afzonderlijke beschikking beschikbaar gesteld.
4.
Bij subsidies verleend voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan in de verlening de verplichting worden opgelegd tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten.
HOOFDSTUK 1.
Artikel 17.