1.
De subsidieontvanger is verplicht de in het besluit vermelde activiteiten te verrichten.
2.
De subsidieontvanger doet direct schriftelijk en gemotiveerd melding, zodra redelijkerwijs aannemelijk is dat:
a.
de gesubsidieerde activiteiten niet of niet geheel zullen worden verricht;
b.
niet, of niet geheel aan de wettelijke en in de beschikking opgelegde verplichtingen en/of voorwaarden zal worden voldaan.
3.
De melding kan aanleiding zijn om het subsidiebedrag ten nadele van de subsidieontvanger te wijzigen.
4.
De subsidieontvanger voert een zodanig ingerichte administratie dat daaruit te allen tijde de voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde rechten en verplichtingen alsmede de betalingen en de ontvangsten kunnen worden nagegaan.
5.
De subsidieontvanger bewaart de administratie en de daartoe behorende bescheiden conform de wettelijke bewaarplicht.
HOOFDSTUK 1.
Artikel 18.