**1..** Een klacht kan – afhankelijk van de vraag op welk bestuursorgaan de klacht betrekking heeft - zowel schriftelijk als mondeling worden ingediend bij de in artikel 1.1. onder b. genoemde bestuursorganen.
**2..** De klacht dient bij voorkeur zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen één jaar nadat de gedraging heeft plaatsgevonden, te worden ingediend.
**3..** Indien een schriftelijke klacht betrekking heeft op een gedraging jegens de klager of een ander dan de klager en voldoet aan de vereisten van het vierde lid, zijn de artikelen 3.2 tot en met 3.6 van toepassing.
**4..** Een klacht is ondertekend en bevat ten minste:
de naam en het adres van de klager;
de dagtekening;
zo duidelijk mogelijk een omschrijving van de gedraging (datum, tijdstip) waartegen de klacht zich richt, jegens wie de gedraging heeft plaatsgevonden en de reden waarom klager meent bezwaar te moeten maken tegen de gedraging.
**5..** Indien een klacht niet voldoet aan het gestelde in het vierde lid wordt indiener in de gelegenheid gesteld om het klacht aan te vullen binnen een termijn van 14 dagen.
**6..** Indien het klacht in een vreemde taal is gesteld en een vertaling voor een goede behandeling van het klacht noodzakelijk is, dient de indiener zorg te dragen voor een vertaling.
**7..** Zodra (tussentijds) naar tevredenheid van de klager aan zijn schriftelijk klacht tegemoet is gekomen, vervalt de verplichting tot verdere behandeling van de klacht. De tevredenheid wordt door het bestuursorgaan schriftelijk aan klager en degene over wie werd geklaagd bevestigd.