Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 25

Voorwaarden persoonsgebonden budget

Onderdeel van Beleidsregels Jeugdhulp Twenterand 2019

Er zijn drie voorwaarden waaronder een persoonsgebonden budget kan worden verstrekt: Van een jeugdige/ouder wordt verwacht dat deze zelfstandig een redelijke waardering kan maken van zijn belangen ten aanzien van de zorgvraag. Dit behelst het volgende: Een jeugdige/ouder kan bijvoorbeeld door de gemeente worden gevraagd duidelijk te maken welke problemen hij heeft, hoe deze zijn ontstaan en bij welke ondersteuning de jeugdige/ouder gebaat zou zijn. Ook wordt van de jeugdige/ouder verwacht dat deze, of een vertegenwoordiger van de jeugdige/ouder, de aan het pgb verbonden taken op een verantwoorde wijze kan uitvoeren. Bij deze taken kan gedacht worden aan het kiezen van een zorgverlener die in de zorgvraag voldoet, het aangaan van een contract, het in de praktijk aansturen van de zorgverlener en het bijhouden van een juiste administratie. De tweede voorwaarde betreft de motivering door de jeugdige/ouder. De jeugdige/ouder dient te motiveren dat het bestaande aanbod van zorg in natura niet passend is. De derde en laatste voorwaarde om in aanmerking te komen voor een pgb betreft de kwaliteit van de jeugdhulp. De kwaliteit dient naar het oordeel van het college gewaarborgd te zijn. Waarbij deze in ieder geval veilig, doeltreffend en cliëntgericht zijn. Van de jeugdige/ouder wordt gevraagd om in het pgb budgetplan inzichtelijk te maken waar de jeugdhulp zal worden ingekocht. Na ‘akkoord’ hierop wordt een beschikking inclusief pgb afgegeven.

Rechtspraak bij dit artikel