Uiteindelijk ligt de keuze om wel of geen pgb af te geven bij het college. Als het college weigert ondersteuning in de vorm van een pgb te verstrekken dan is dat een besluit waartegen een jeugdige/ouder in bezwaar kan gaan.
Een pgb wordt geweigerd wanneer:
blijkt dat de jeugdige/ouder onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid;
de jeugdige/ouder niet voldoet aan de aan het toekennen van een pgb verbonden voorwaarden;
de jeugdige/ouder het pgb niet gebruikt of voor een ander doel gebruikt.
Als het college eerder een beslissing aangaande een pgb heeft herzien of ingetrokken naar aanleiding van de hierboven benoemende redenen.
Als de jeugdige/ouder de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken uitvoert met hulp van de betrokken ondersteuner, diens personeel of op een andere wijze aan de ondersteuner verbonden persoon, kan het college een persoonsgebonden budget weigeren op grond van belangenverstrengeling. Het belang van degene die de ondersteuning met het persoonsgebonden budget biedt mag namelijk nadrukkelijk niet boven het belang van de jeugdige/ouders staan. Een factor die kan wijzen op ongewenste belangenverstrengeling is als de jeugdige/ouder een lage mate van invloed heeft op het besluit om voor een persoonsgebonden budget te kiezen
Indien de jeugdige/ouder een voorstel doet dat zou leiden tot een hoger pgb dan het vergelijkbare zorg in natura aanbod, biedt het college de jeugdige/ouders de mogelijkheid het verschil in budget zelf te financieren. Het college weigert daarmee een pgb alleen voor dat deel dat het budget hoger is dan zorg in natura voor een vergelijkbare ondersteuningsvraag.
Hoofdstuk
Artikel 26
Weigering persoonsgebonden budget
Onderdeel van Beleidsregels Jeugdhulp Twenterand 2019