Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 27

Besteding van persoonsgebonden budget

Onderdeel van Beleidsregels Jeugdhulp Twenterand 2019

Het college stelt de volgende randvoorwaarden aan de uitbetaling van het pgb: Er is geen verantwoordingsvrij bedrag. Pgb houders mogen vanuit het budget de volgende uitgaven wel doen: Alle bijkomende kosten voor de zorgverleners, zoals de werkgeverslasten voor ondersteuners met een arbeidsovereenkomst en wettelijk toegestane vergoedingen, zoals reiskostenvergoedingen voor woon-werkverkeer, verlofregelingen en pensioenvoorziening; Vervoerskosten, maar alleen als er een beschikking is voor begeleiding in dagdelen (dagopvang), samen met een indicatie voor vervoer van en naar de plek waar die begeleiding geboden wordt. Pgb houders mogen vanuit het budget in ieder geval de volgende uitgaven niet doen: Kosten voor bemiddeling; Kosten voor het voeren van een pgb-administratie; Kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van het pgb; Contributie voor het lidmaatschap van Per Saldo, kosten voor het volgen van cursussen over het pgb, kosten voor het bestellen van informatiemateriaal; Alle hulp die onder een andere wet dan de Jeugdwet valt; Alle hulp die onder een algemene voorziening en/of algemeen gebruikelijke voorzieningen valt; Ondersteuning inkopen buiten EU-landen, controle op kwaliteit en financiën is dan nauwelijks mogelijk; Cliënten die zelf niet in staat zijn de pgb administratie te voeren, kunnen geen aanspraak doen op een pgb, tenzij dat leidt tot effectievere en meer doelmatige ondersteuning. Dat geldt eveneens voor cliënten die onder bewindvoering staan.

Rechtspraak bij dit artikel