**1..** Degene aan wie het taakveld of project wordt toegewezen is budgethouder en budgetverantwoordelijke.
**2..** De budgethouder is verantwoordelijk dat de in de Regeling Inkoop- en aanbestedingsbeleid gestelde doelstellingen worden nagekomen.
**3..** De budgethouder tekent pas voor opdrachtverstrekkingen als het inkoopbedrag binnen de gestelde inkoopgrenzen van het inkoop- en aanbestedingsbeleid valt. Voor de inkoopgrenzen wordt verwezen naar het inkoopbeleid.
**4..** De gemeenteraad stelt op programmaniveau de doelstellingen, de te leveren prestaties en de daarbij behorende middelen vast. Budgetverschuivingen tussen programma’s vereisen daarmee een raadsbesluit.
**5..** Het college van burgemeester en wethouders stelt op taakveldniveau de te leveren prestaties en de daarbij behorende middelen vast. Budgetverschuivingen tussen taakvelden binnen één programma passend binnen het bestaande beleid zijn daarmee voorbehouden aan het college.
**6..** Investeringskredieten worden vastgesteld door de gemeenteraad. Verschuiving van budgetruimte tussen soortgelijke investeringskredieten binnen eenzelfde programma door het college is mogelijk indien de wijziging budgettair neutraal verloopt en de doelstellingen en prestaties worden geleverd die vooraf door de raad zijn vastgelegd.
**7..** De in lid 4, 5 en 6 genoemde voorgenomen budgetverschuivingen worden via de tussentijdse rapportages achteraf ter vaststelling voorgelegd aan de raad (zie ook de Financiële Verordening).
**8..** De budgethouder is eindverantwoordelijk voor het realiseren van prestaties en doelstellingen op taakveldniveau binnen de daarvoor beschikbare middelen.
**9..** De budgethouder is bevoegd tot budgetverschuivingen tussen taakveldrekeningen binnen hetzelfde taakveld die passend zijn binnen het bestaande beleid. De betreffende taakveldrekeningen moeten wel tot de verantwoordelijkheid van de budgethouder behoren.
**10..** De budgethouder is verantwoordelijk voor het realiseren van prestaties en doelstellingen op taakveldrekeningniveau binnen de daarvoor beschikbare middelen.
Artikel 3.