Artikel 1 Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • - bestuursorgaan: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beuningen;
  • - directeur: de directeur van de omgevingsdienst, bedoeld in artikel 1 lid 1 e en artikel 25 van de gemeenschappelijke regeling;
  • - gemeenschappelijke regeling: de Gemeenschappelijke regeling omgevingsdienst regio Nijmegen ;
  • - lijst van Awb-bevoegdheden: het als Bijlage 1 bij dit mandaatbesluit behorende overzicht van bevoegdheden als vastgelegd in de Awb. waarop in artikel 1 het bestuursorgaan heeft aangekruist welke (categorieën van) bevoegdheden zijn gemandateerd en in artikel 2 welke feitelijke handelingen niet zijn gemandateerd;
  • - lijst van overige bevoegdheden: het als Bijlagen 2 en 3 bij dit mandaatbesluit behorende overzicht, waarop in artikel 1 het bestuursorgaan heeft aangekruist welke (categorieën van) bevoegdheden (niet zijnde Awb-bevoegdheden als bedoeld in Bijlage 1) zijn gemandateerd en in artikel 2 welke feitelijke handelingen niet zijn gemandateerd;
  • - machtiging: de bevoegdheid om namens het bevoegde bestuursorgaan feitelijke handelingen te verrichten die niet vallen onder de definitie van mandaat als bedoeld in sub h van dit artikel of volmacht als bedoeld in sub l van dit artikel;
  • - mandaat: de bevoegdheid om namens het bevoegde bestuursorgaan besluiten als bedoeld in artikel 1:3 van de Awb te nemen, alsmede de noodzakelijke feitelijke handelingen in het kader van de voorbereiding, bekendmaking en uitvoering daarvan te verrichten;
  • - mandaatinstructie: de gebundeld op schrift gestelde algemene instructies van het bestuursorgaan aan de directeur omtrent de uitoefening van gemandateerde bevoegdheden als bedoeld in artikel 10:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en welke niet reeds zijn vervat in dit besluit;
  • - omgevingsdienst: de omgevingsdienst regio Nijmegen;
  • - ondermandaat: de figuur dat de gemandateerde op zijn beurt mandaat verleent aan een ander;
  • - plaatsvervangend directeur: degene die op grond van de vervangingsregeling is aangewezen om de directeur te vervangen bij diens verhindering of ontstentenis;
  • - volmacht: de bevoegdheid om namens het bevoegde bestuursorgaan privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten, alsmede de noodzakelijke feitelijke handelingen in het kader van de voorbereiding en uitvoering daarvan te verrichten.

Artikel 2 Schakelbepaling

  • - Hetgeen in dit besluit is bepaald met betrekking tot mandaat is van overeenkomstige toepassing op volmacht, tenzij de aard van de desbetreffende bevoegdheid zich hiertegen verzet.
  • - Op bij afzonderlijk besluit door het bevoegde bestuursorgaan aan de directeur verleende mandaten, volmachten en machtigingen is het bepaalde in dit besluit van overeenkomstige toepassing.

Artikel 3 Gemandateerde bevoegdheden

  • - Het bestuursorgaan verleent, voor zover het bevoegd is, mandaat aan de directeur tot het uitoefenen van de (categorieën van) bevoegdheden die zijn aangekruist in artikel 1 van de lijst van overige bevoegdheden.
  • - In het kader van de uitoefening van een gemandateerde bevoegdheid als bedoeld in lid 1, is de directeur tevens bevoegd tot het verrichten van de daartoe noodzakelijke feitelijke handelingen. Onder feitelijke handelingen worden in dit verband mede verstaan de feitelijke handelingen genoemd in artikel 2 van de lijst van de Awb-bevoegdheden, alsmede de feitelijke handelingen die voor de betreffende (categorie van) bevoegdheden, in artikel 2 van de lijst van overige bevoegdheden zijn aangeduid, met uitzondering van de aldaar aangekruiste feitelijke handelingen welke voorbehouden blijven aan het bestuursorgaan.
  • - In het kader van de uitoefening van een gemandateerde bevoegdheid als bedoeld in lid 1, worden aan de directeur tevens de aangekruiste bevoegdheden genoemd in artikel 1 van de lijst van Awb-bevoegdheden gemandateerd.

Artikel 4 Opt-out besluitbevoegdheid

  • - Het bestuursorgaan kan voor één of meer (categorieën van) bevoegdheden als aangeduid in de lijst van overige bevoegdheden bepalen dat, voor zover de betreffende (categorie van) bevoegdheden de bevoegdheid omvat(ten) om besluiten als bedoeld in artikel 1:3 van de Awb te nemen, laatstgenoemde bevoegdheid niet wordt gemandateerd. Dit geschiedt door het plaatsen van een kruis in de hiertoe aangewezen kolom van artikel 1 van de lijst van overige bevoegdheden en artikel 1 van de lijst van Awb-bevoegdheden.
  • - De mandaatverlening blijft in dat geval beperkt tot de bevoegdheid feitelijke handelingen te verrichten in het kader van de voorbereiding, bekendmaking en uitvoering van de door het bestuursorgaan zelf te nemen en/of genomen besluiten. Onder feitelijke handelingen worden in dit verband mede verstaan de feitelijke handelingen genoemd in artikel 2 van de lijst van Awb-bevoegdheden, alsmede de feitelijke handelingen die voor de betreffende (categorie van) bevoegdheden, in artikel 2 van de lijst van overige bevoegdheden zijn aangeduid, met uitzondering van de aldaar aangekruiste feitelijke handelingen welke voorbehouden blijven aan het bestuursorgaan.

Artikel 5 Ondermandaat en vervanging

  • - De directeur kan ter uitoefening van een aan hem gemandateerde bevoegdheid ondermandaat verlenen aan degenen die werkzaam zijn onder zijn verantwoordelijkheid of, indien door het bestuursorgaan toegestaan, aan derden. In dat laatste geval dient degene aan wie ondermandaat is verleend, alsmede degene onder wiens verantwoordelijkheid hij werkzaam is, schriftelijk met de verlening van het ondermandaat in te stemmen.
  • - Op het ondermandaat zijn de bepalingen van dit besluit, met uitzondering van het vorige lid, van overeenkomstige toepassing.
  • - In de gevallen waarin de plaatsvervangend directeur de directeur vervangt wegens verhindering of ontstentenis, beschikt deze krachtens dit besluit over dezelfde bevoegdheden als de directeur.

Artikel 6 Grondgebied en begrenzing

  • - De door het bestuursorgaan aan de directeur verleende mandaten gelden voor het grondgebied van het bestuursorgaan, tenzij in het betreffende mandaat in de kolom aangeduid met ‘begrenzing’ anders is bepaald.
  • - De omvang van de door het bestuursorgaan aan de directeur verleende mandaten kan ook anderszins begrenst worden dan bepaald in de laatste zinsnede van het vorige lid. Dit geschiedt door vermelding in het betreffende mandaat in de kolom aangeduid met ‘begrenzing’.

Artikel 7 Voorschriften en instructies

  • - De uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden geschiedt binnen de grenzen en met inachtneming van de ter zake voor het bestuursorgaan geldende wettelijke regelingen en beleidsregels.
  • - Het bestuursorgaan kan de directeur algemene instructies en instructies per geval geven omtrent de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheid. Indien sprake is van ondermandatering, is de directeur gehouden deze instructies onverwijld aan de betreffende ondergemandateerden door te geven, onverminderd de bevoegdheid van het bestuursorgaan dit zelf te doen.
  • - Indien instructies worden gegeven, geschiedt dit schriftelijk en op een zodanig tijdstip dat de inachtneming of tijdige verdaging van beslistermijnen gewaarborgd wordt.
  • - De in lid 2 genoemde algemene instructies, voor zover deze niet in dit besluit zijn opgenomen, worden gebundeld op schrift gesteld in een afzonderlijke mandaatinstructie.

Artikel 8 Informatieverstrekking

  • - De directeur draagt ervoor zorg dat het bestuursorgaan tijdig in kennis wordt gesteld van krachtens mandaat te nemen besluiten, waarvan moet worden aangenomen dat kennisneming door het bestuursorgaan gewenst is. Hier is in ieder geval sprake van indien:
    • - de maatschappelijke, beleidsmatige, juridische of financiële omstandigheden daartoe aanleiding geven;
    • - advies nodig is van anderen dan de omgevingsdienst of onder hem ressorterende medewerkers, en het advies niet aansluit op het eigen standpunt van de omgevingsdienst dan wel niet tot dezelfde uitkomsten leidt.
  • - In zulks geval lichten partijen elkaar over en weer op een zodanig tijdstip in dat de inachtneming of tijdige verdaging van beslistermijnen gewaarborgd wordt.
  • - Het niet-voldoen aan de in het vorige lid genoemde verplichting doet niet af aan de rechtsgeldigheid van een krachtens mandaat genomen besluit.

Artikel 9 Ondertekening

  • - Bij de uitoefening van een mandaat worden uitgaande stukken als volgt ondertekend: “Namens ……………. (volgt de naam van het bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1, sub a), ……………. (volgt de naam, de functieaanduiding en de handtekening van de directeur)”.
  • - Ingeval van uitoefening van ondermandaat worden uitgaande stukken overeenkomstig het bepaalde in lid 1 ondertekend, met dien verstande dat de naam, de functieaanduiding en de handtekening van de ondergemandateerde in de plaats van de naam, de functieaanduiding en de handtekening van de directeur worden geplaatst.

Artikel 10 Inwerkingtreding

  • - Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking.
  • - Het bestuursorgaan draagt zorg voor de bekendmaking en de registratie van dit besluit.
  • - Met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit wordt het Algemeen mandaatbesluit Omgevingsdienst regio Nijmegen, vastgesteld op 21 maart 2017 (Gemeenteblad 2017l/51217), ingetrokken.

Artikel 11 Citeerwijze

Dit besluit wordt aangehaald als: Algemeen mandaatbesluit Omgevingsdienst regio Nijmegen – gemeente Beuningen 2019.