Indien vanwege bijzondere omstandigheden aanvullende bijzondere bijstand aan studerende jongeren van 18 t/m 20 jaar die aanspraak maken of kunnen maken op een tegemoetkoming schoolkosten ingevolge de Wtos noodzakelijk is, wordt deze afgestemd op de kosten voor levensonderhoud waarmee de jongeren daadwerkelijk te maken krijgen.
Eigenlijk gelden voor deze jongeren dezelfde regels zoals hiervoor vermeld voor de niet studerende jongeren.
Wel wordt de basistoelage Wtos tegemoetkoming scholieren waarop de jongere aanspraak kan maken op de te ontvangen algemene en/of eventueel (aanvullende) bijzondere bijstand in mindering gebracht.
De participatieverplichtingen blijven ook voor deze jongeren in principe onverkort van toepassing. Voor studerende jongeren met een indicatiebesluit zal met betrekking tot deze verplichtingen eveneens vaker maatwerk moeten worden toegepast.
Artikel 3.2.