Naar hoofdinhoud
In het kader van brandpreventie gelden op het marktterrein de volgende regels: 1. bij elke gelegenheid waar gebakken of gebraden wordt moet een doelmatig blusapparaat, alsmede een deksel voor afsluiting van de pan(nen) aanwezig zijn (bijvoorbeeld een schuimblusser met een vulling van ten minste 4 kg of een poederblusser met een vulling van ten minste 6 kg); de aanwezige brandblussers dienen goedgekeurd te zijn door een erkend keuringsbedrijf en voorzien te zijn van een geldige keuringssticker; 2. een gaskomfoor of een elektrisch komfoor moet zijn opgesteld op een plaats van onbrandbaar materiaal dat de warmte slecht geleidt (NEN 6065 klasse 2). Indien zij zijn geplaatst bij wanden binnen een afstand van 0,30 meter van de toestellen dienen deze wanden op dezelfde manier bekleed te zijn; 3. een gaskomfoor moet door middel van een speciaal daarvoor bestemde rubberslang met metalen klemmen of koppelingen aan de gasfles(sen) zijn verbonden; 4. een gaskomfoor met een open verbranding moet zodanig afgesteld zijn dat er een optimale verbranding plaatsvindt; 5. bij gebruik van gas als brandstof en een slang als verbinding uitsluitend een goedgekeurde slang van maximaal 10 meter lang wordt gebruikt; als richtlijn wordt een vervangingsduur van 2 jaar gehanteerd, tenzij het bevoegd gezag op basis van een visuele inspectie anders aangeeft (NEN 8020-41); 6. gasflessen moeten voorzien zijn van een door de Dienst Stoomwezen erkend geldig keurmerk. De verbinding tussen de gasfles(sen) en het gaskomfoor dient te bestaan uit een metalen leiding of een goedgekeurde GIVEG-slang met een maximale lengte van 10 meter. De slang dient met deugdelijke slangklemmen verbonden te zijn met de gasfles(sen); 7. gasflessen mogen slechts in dagvoorraad aanwezig zijn; 8. lege of niet in gebruik zijnde gasflessen moeten buiten een kraam of wagen zijn opgesteld. In gebruik zijnde flessen moeten op een goed geventileerde plaats zijn opgesteld en beschermd zijn tegen omvallen en aanrijden; 9. emballage en verpakkingsmateriaal mogen niet in of nabij open vuur aanwezig zijn; 10. ballons met brandbaar gas gevuld mogen niet aanwezig zijn; 11. het gebruik van vloeibare LPG is niet toegestaan; 12. (ondergrondse) brandkranen en putten dienen vrij van obstakels gehouden te worden. 13. gasflessen, brandblussers en gaskomforen worden door de marktmeester jaarlijks gecontroleerd.

Rechtspraak bij dit artikel