Naar hoofdinhoud
1. De houder van een standplaats dient: a. ervoor te zorgen dat zijn standplaats steeds een goed verzorgd en schoon aanzien biedt, zulks ter beoordeling van de marktmeester; b. tijdens de markt zelf zijn afval, emballage, verpakkingsmaterialen en dergelijke op te slaan achter de kraam of bakwagen en tijdig af te voeren naar het vervoermiddel of de papier- of afvalinzameling; c. voordat deze het marktterrein verlaat, de ondergrond (standplaats) en de onmiddellijke omgeving daarvan schoon, reukvrij en vetvrij achter te laten. 2. De houder van een standplaats aan wie toestemming is verleend voor geringe eet- en drinkwaren voor consumptie gereed te maken en te verkopen, dient aan de voorzijde van zijn standplaats voldoende afvalbakken te plaatsen, zulks ter goedkeuring van de marktmeester. 3. De houder van een standplaats die handel drijft in artikelen van een branche waaruit zou kunnen voortvloeien dat de ondergrond en omgeving van zijn standplaats vervuild raken, dient maatregelen te treffen om dit te voorkomen, zulks ter goedkeuring van de marktmeester.

Rechtspraak bij dit artikel