Naar hoofdinhoud
Sein Afbeelding Omschrijving Betekenis L1 Rood sein Een rood licht Stoppen vóór het sein. Liggen er wissels achter het sein, dan is de rijweg geblokkeerd. Dit wordt aangegeven door rijwegsein W1. L2 Geel sein Een geel licht Voorbijrijden toegestaan. Snelheid verminderen en rekenen op “stop” voor het volgende sein. Het volgende sein kan nogmaals L2 tonen. Liggen er wissels achter het sein, dan is er een rijweg met een wissel in de afbuigende stand. Dit wordt aangegeven met rijwegsein W2, W3 of W4. Snelheid verminderen tot 20 km/u. L3 Groen sein Een groen licht Voorbijrijden toegestaan met inachtneming van de toegestane snelheid Liggen er wissels achter het sein, dan zijn deze in de rechtdoorgaande stand vastgelegd. Dit wordt aangegeven door rijwegsein W2a. Rijwegseinen geven de stand van het navolgende wissel aan. De rijwegseinen kunnen ook in combinatie met lichtseinen en/of OVO-seinen worden getoond. Sein Afbeelding Omschrijving Betekenis W1 Geen rijweg Een horizontale streep, gevormd door wit licht. Stoppen vóór het sein. Het sein W1 kan in combinatie met sein L1 worden getoond. W2 Rijweg a. Een verticale streep, gevormd door wit licht. Voorbijrijden toegestaan met de toegestane snelheid. De achter het sein liggende, vastgelegde wisselstraat leidt over één of meerdere in rechtstand liggende wissels, tenzij het sein gecombineerd is met sein W5. In dat geval geldt sein W5. In combinatie met sein L2 en L3 geldt de betekenis zoals die is geformuleerd bij L2 en L3. b. Knipperend sein W2a. Voorbijrijden toegestaan met maximaal 20 km/u. Dezelfde betekenis als onder a; echter de rijweg leidt naar gedeeltelijk bezet opstelspoor. Het sein W2b kan in combinatie worden getoond met L2. W3 Rijweg links a. Een van links naar rechts dalende streep, gevormd door wit licht. Voorbijrijden toegestaan met maximaal 20 km/u totdat de tram de wissel(s) in zijn geheel is gepasseerd. De achter het sein beginnende wisselstraat is vastgelegd en tenminste één wissel wordt in afbuigende stand naar links bereden. Indien het wissel vanuit de achterzijde wordt bereden, is de rijweg ingesteld vanuit het rechter, afbuigende spoor. In combinatie met sein L2 geldt de betekenis zoals die is geformuleerd bij L2. b. Knipperend W3a. Dezelfde betekenis als onder a; echter de rijweg leidt naar gedeeltelijk bezet opstelspoor. W4 Rijweg rechts a. Een van links naar rechts stijgende streep, gevormd door wit licht. Voorbijrijden toegestaan met maximaal 20 km/u totdat de tram de wissel(s) in zijn geheel is gepasseerd. De achter het sein beginnende wisselstraat is vastgelegd en tenminste één wissel wordt in afbuigende stand naar rechts bereden. Indien het wissel vanuit de achterzijde wordt bereden, is de rijweg ingesteld vanuit het linker, afbuigende spoor. In combinatie met sein L2 geldt de betekenis zoals die is geformuleerd bij L2. b. Knipperend sein W4a. Dezelfde betekenis als onder a; echter de rijweg leidt naar gedeeltelijk bezet opstelspoor. W5 Spooraanduiding a. Eén of twee cijfers of letters gevormd door wit licht. n = 1,2,3,...,99 of A,B,...Z De achter het sein liggende wisselstraat is vastgelegd en deze leidt naar het door het cijfer of letter aangeduide spoor. Dit sein geeft aan de trambestuurder aanvullende informatie over het spoor waarnaar de rijweg is ingesteld. b. Knipperend sein W5a Dezelfde betekenis als onder a; echter de rijweg leidt naar gedeeltelijk bezet opstelspoor. OVO-seinen (negenoog) worden toegepast bij wegkruisingen die voorzien zijn van een VRI en/of een tramwaarschuwingsinstallatie en volgen uit Wetgeving Regeling verkeerslichten. Sein Afbeelding Omschrijving Betekenis OV1 a. Twee witte lichten, verticaal ten opzichte van elkaar. Oprijden voor recht doorgaand verkeer. Indien na OV1a een wegkruising voor komt, wordt het wegverkeer door een VRI geregeld. b. Knipperend OV1a. Oprijden voor recht doorgaand verkeer. Indien na OV1b een wegkruising voor komt, wordt niet al het kruisend wegverkeer door een VRI geregeld. OV2 a. Twee witte lichten, schuin ten opzichte van elkaar. Het bovenste licht links van het onderste licht. Oprijden voor links afslaand verkeer. b. Knipperend OV2a. Oprijden voor links afslaand verkeer. Indien na OV2b een wegkruising voor komt wordt niet al het kruisend wegverkeer door een VRI geregeld. OV3 a. Twee witte lichten, schuin ten opzichte van elkaar. Het bovenste licht rechts van het onderste licht. Oprijden voor rechts afslaand verkeer. b. Knipperend OV3a. Oprijden voor rechts afslaand verkeer. Indien na OV3b een wegkruising voor komt wordt niet al het kruisend wegverkeer door een VRI geregeld. OV4 Een geel licht. Stoppen voor het sein. Voor bestuurders die het teken zo dicht genaderd zijn dat stoppen redelijkerwijs niet meer mogelijk is: kruising ontruimen. OV5 a. Twee rode lichten, horizontaal ten opzichte van elkaar. Stoppen vóór het sein. b. Knipperend OV5a. Stoppen vóór het sein. De VRI is geactiveerd door middel van het VETAG- of KAR-signaal. Na doven van sein OV5b wordt OV1, OV2 of OV3 getoond. OV8 Een knipperend geel licht. De VRI is in storing. De trambestuurder dient de snelheid te verminderen en de wegkruising voorzichtig op te rijden onder het geven van geluidssignaal Gb2 en met inachtneming van de geldende voorrangsregels en de lokale veiligheid. Een OV-voorsein kan worden toegepast vlak voor een VRI met als doel tijdig informatie te verschaffen aan de trambestuurder over het navolgende seinbeeld en de berijdbaarheid van de navolgende wegkruising. Hiermee kan de exploitatiesnelheid worden verhoogd. Sein Afbeelding Omschrijving Betekenis OV6 Een ‘V’ gevormd door wit, vast licht. Doorrijden en/of vertrekken van de halte. De VRI op de eerstvolgende wegkruising is in werking gesteld om het kruisende verkeer tegen te houden. Na doven van sein OV6 wordt OV1, OV2 of OV3 getoond vlak voor de wegkruising. Indien dit sein niet wordt getoond bij nadering, moet er op worden gerekend dat er gestopt dient te worden voor het ‘stop’-tonend-sein voor de wegkruising. Overwegen die geactiveerd worden door een VETAG- en/of KAR-signaal zijn voorzien van seinen, welke geplaatst zijn aan het einde van een halte. Hiervoor worden dezelfde seinen gebruikt als voor wegkruisingen (OVO-seinen). Overwegen die geactiveerd worden door toonfrequent spoor en/of telpunten zijn niet voorzien van seinen. Sein Afbeelding Omschrijving Betekenis OV1 a. Twee witte lichten, verticaal ten opzichte van elkaar. Oprijden vanaf halte. De OBI voorbij de halte is geactiveerd en de overwegbomen zijn neergelaten. b. Knipperend OV1a Oprijden vanaf halte met attentiewaarde. De OBI direct achter de halte is geactiveerd en de overwegbomen zijn neergelaten. OV5 a. Twee rode lichten, horizontaal ten opzichte van elkaar. Stoppen vóór het sein. b. Knipperend OV5a. Stoppen vóór het sein. De OBI is geactiveerd door middel van het VETAG- of KAR-signaal. OV8 Een knipperend geel licht. De OBI is in storing. De trambestuurder dient de snelheid te verminderen en de overweg voorzichtig op te rijden onder het geven van geluidssignaal Gb2 en met inachtneming van de geldende voorrangsregels en de lokale veiligheid.

Rechtspraak bij dit artikel