Naar hoofdinhoud
De gemeenteraad dient met het oog op het plussenbeleid een beleidsregel vast te stellen en bestemmingsplannen dienen uiterlijk 1 januari 2027 in overeenstemming te zijn met hetgeen dienaangaande in de Omgevingsvisie is vastgelegd. In Titel 4.3 / artikel 4:81 (Algemene wet bestuursrecht) is aangaande Beleidsregels onder meer het volgende vastgelegd: Een bestuursorgaan kan beleidsregels vaststellen met betrekking tot een hem toekomende of onder zijn verantwoordelijkheid uitgeoefende, dan wel door hem gedelegeerde bevoegdheid. Een bestuursorgaan handel overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. Omgevingsverordening Gelderland. Enige relevante bepalingen zoals opgenomen in de Gelderse Omgevingsverordening (zie ook Hoofdstuk 4 v.w.b. begrippen en artikelen): 14 Plussenbeleid: Beleid dat kwaliteitsvoorwaarden geeft voor het ruimtelijk beleid van gemeenten die een uitbreiding van de niet-grondgebonden veehouderijtak mogelijk willen maken. 17 Veehouderij: Een inrichting, geheel of gedeeltelijk bestemd voor het fokken, mesten en houden van landbouwhuisdieren, met uitzondering van melkvee als bedoeld in artikel 1, onder kk van de Meststoffenwet. (NB. landbouwhuisdieren: doorgaans runderen, varkens, schapen, geiten en kippen). Artikel 2.5.3.2 Uitbreiding niet-grondgebonden veehouderijtak: Plussenbeleid Bestemmingsplannen maken de uitbreiding van de oppervlakte van een agrarisch bouwperceel met een niet-grondgebonden veehouderijtak dat gelegen is in het gebied dat is aangewezen als Plussenbeleid slechts mogelijk indien zij voldoen aan beleidsregels die door de gemeenteraad zijn vastgesteld in overeenstemming met paragraaf 3.9.10 (Verdieping) Omgevingsvisie Gelderland (december 2016). Bij uitbreiding van de oppervlakte van een agrarisch bouwperceel met een grondgebonden veehouderijtak is voorgaande niet van toepassing. In afwijking van het eerste lid kan per niet-grondgebonden veehouderijtak elke vijf jaar eenmaal een uitbreiding van de oppervlakte van het agrarische bouwperceel van 500 m2 of minder worden mogelijk gemaakt zonder dat toepassing wordt gegeven aan de beleidsregels die door de gemeenteraad zijn vastgesteld in overeenstemming met paragraaf 3.9.10 (Verdieping) Omgevingsvisie Gelderland (december 2016) Bestemmingsplannen dienen in elk geval in overeenstemming met dit artikel te zijn gebracht op 1 januari 2027. ……………………. Voor de beleidsregel zijn met name de eerste twee leden van belang. Het bepaalde in lid 2 verdient extra aandacht: onder omstandigheden kan eenmaal per 5 jaar een uitbreiding tot 500 m2 mogelijk worden gemaakt zonder dat extra plusmaatregelen hoeven te worden genomen. Gemeentelijk plussenbeleid. Het Plussenbeleid is alleen van toepassing in het gebied dat in de Omgevingsverordening is aangeduid met de kaart Regels Landbouw. Gemeenten dienen het provinciale beleid te verwerken in het gemeentelijk beleid en bestemmingsplannen kunnen de uitbreiding van de oppervlakte van een agrarisch bouwperceel met een niet-grondgebonden veehouderijtak slechts mogelijk maken indien zij voldoen aan beleidsregels die reeds door de gemeenteraad (en in overeenstemming met paragraaf 3.9.10 Verdieping Omgevingsvisie Gelderland) zijn vastgesteld. Zo lang de gemeenteraad geen beleidsregels ‘plussenbeleid’ heeft vastgesteld zijn herzieningen van het bestemmingsplannen tot uitbreiding van niet-grondgebonden veehouderijen ‘kansloos’. Het Plussenbeleid biedt gemeenten ruimte om binnen hun grondgebied te gaan differentiëren. De inhoud van die plusmaatregelen kan per gemeente worden bepaald, zodat de plusmaatregelen bij het gebied passen waarin wordt uitgebreid. Zo kan in landschappelijk waardevolle gebieden de nadruk worden gelegd op plussen op het gebied van landschap en kan in overbelaste gebieden worden gefocust op extra geur- of stikstofreductie. Voor de gemeente Epe is gekozen voor een basisregeling waarin wordt uitgedragen dat in voorkomend geval paragraaf 3.9.10 van de Verdieping Omgevingsverordening wordt gevolgd. In het concrete geval kan vervolgens de initiatiefnemer inzichtelijk maken hoe met ‘plussen’ de voorgenomen ontwikkeling aanvaardbaar kan worden geacht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel